breken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of breken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: breken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brekend
Past participle - Verleden deelwoord: gebroken

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbreek
jijbreekt
hijbreekt
wijbreken
julliebreken
zijbreken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebroken
jijhebt gebroken
hijheeft gebroken
wijhebben gebroken
julliehebben gebroken
zijhebben gebroken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbrak
jijbrak
hijbrak
wijbraken
julliebraken
zijbraken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebroken
jijhad gebroken
hijhad gebroken
wijhadden gebroken
julliehadden gebroken
zijhadden gebroken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal breken
jijzult breken
hijzal breken
wijzullen breken
julliezullen breken
zijzullen breken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebroken hebben
jijzult gebroken hebben
hijzal gebroken hebben
wijzullen gebroken hebben
julliezullen gebroken hebben
zijzullen gebroken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou breken
jijzou breken
hijzou breken
wijzouden breken
julliezouden breken
zijzouden breken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebroken hebben
jijzou gebroken hebben
hijzou gebroken hebben
wijzouden gebroken hebben
julliezouden gebroken hebben
zijzouden gebroken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbreek

Translations

  • bend, to cause to change direction
  • bend, to change direction
  • break, intransitive: to separate into (to end up in) two or more pieces
  • break, transitive: to separate into (to cause to end up in) two or more pieces
  • break, intransitive, of a bone: to crack
  • break, transitive: to cause (a bone) to crack
  • break, transitive: to do that which is forbidden by (something)
  • bust, alteration of burst
  • bust, to break something
  • refract, to cause to change direction
  • refract, to change direction
  • sunder, to break or separate or to break apart
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    kleinmaken
    stukslaan
    afbreken
    beëindigen, onderbreken
    schenden
    eerbiedigen, eren

    Antonyms

    afbreken
    opbouwen, bouwen, construeren, optrekken

    Sample Sentences

    • [...] in gevaar waren van te vergaan, gevoelde ik een ontzettenden angst. Ik vloog uit de kajuit, sloeg de oogen rondom mij en zag een allerverschrikkelijkst schouwspel. De golven gingen berghoog, en braken om de drie of vier minuten over ons schip. Waar ik de oogen wendde zag ik niets dan nood. Twee zwaar geladen schepen, digt bij ons, hadden hunne masten tot op het dek gekapt, en de matrozen riepen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] komen. Wij naderden echter slechts langzaam het strand, en bereikten het eerst voorbij de vuurtoren van Winterton, waar het strand westwaarts inloopt, en hierdoor een weinig het geweld van den wind breekt. Niet zonder veel moeite kwamen wij eindelijk behouden aan wal, en begaven ons te voet naar Yarmouth. Wij werden daar met veel menschlievendheid behandeld; zoowel door de overheid als door de [...] (Robinson Crusoe)
    • — " Dan zullen wij schieten en ze wegjagen, " zeide Xury lagchende. Hij had van Engelsche slaven wat gebroken Engelsch geleerd. Ik was blijde, dat hij zoo welgemoed was, en gaf hem een slokje uit mijn meesters likeurkistje.—Ook scheen zijn raad het verstandigst; dus lieten wij ons anker vallen en rustten [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hadden nog wel eene boot op het dek, maar of wij die in zee konden brengen was twijfelachtig. Er was echter geen tijd tot beraad, want alle oogenblikken wachtten wij, dat het schip in stukken zou breken, en sommigen riepen, dat het al verbrijzeld was. (Robinson Crusoe)
    • [...] zonk; want schoon ik zeer goed zwem, kon ik mij niet zoo uit de golven opheffen, dat ik adem kon halen, totdat de golf mij een groot eind naar den wal gedragen of liever geworpen hebbende, daar brak en terug liep, en mij op het land bijkans droog, maar half dood van het ingezwolgen water, achterliet. Ik had zoo veel tegenwoordigheid van geest, en kracht nog dat ik, ziende, dat ik digter bij het [...] (Robinson Crusoe)
    • Drie dingen moedigden mij aan; eerstens was de zee volkomen kalm; ten tweede dreef het getij naar het strand en eindelijk was de weinige wind die er was, regt op de kust aan. Na dus twee of drie gebroken riemen van de boot, en behalve mijne kist met gereedschappen, nog twee zagen, eene bijl en een hamer gevonden te hebben, stak ik met mijne lading af. Eene mijl ongeveer ging alles goed; alleen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] waar eene sterke strooming inliep; dus stuurde ik mijn vlot zoo goed ik kon, om het midden van den stroom te houden. Hier had ik bijkans ten tweeden male schipbreuk geleden, hetgeen mij het hart zou gebroken hebben. Daar ik niets van de kust wist, geraakte mijn vlot aan het eene einde op eene zandbank vast, en daar het andere einde vlot was, scheelde het weinig, of al mijne lading was naar dien kant [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] bedekken zou, gelijk ook het geval was. Zoodra ik water genoeg vond (want mijn vlot had bijkans een voet diepgang, ) bragt ik het boven dien vlakken grond, en zette het daar vast door mijne twee gebroken riemen in den grond te steken, aan weerszijden een, en zoo bleef ik liggen, tot het water begon af te loopen, en mij en mijne lading droog op het strand liet. (Robinson Crusoe)
    • [...] dat het schip met den vloed vlot was geraakt en op het strand veel digter bij het eiland was gedreven; hetwelk aan den eenen kant eene vertroosting was, want daar het overeind was en niet in stukken gebroken, hoopte ik, als de wind bedaarde, er aan boord te komen en eenig voedsel en noodwendigheden voor mij uit te halen. Aan den anderen kant hernieuwde het mijn jammer over het verlies mijner makkers, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ) besteedde ik geheel in het maken van een stoel, en gaf daar met veel moeite een redelijk fatsoen aan, schoon hij mij nimmer beviel, en ik onder het maken hem verscheidene malen weder aan stukken brak. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch brēken, from Old Dutch *brecan, from Proto-West Germanic *brekan, from Proto-Germanic *brekaną, from Proto-Indo-European *bʰreg-. See: Proto-Germanic '*brekaną'.

    Verbs referencing "breken"

    English break, Low Saxon breken, German, old spelling brechen, German, Pennsylvania breche, Afrikaans breek, Luxembourgish briechen.

    Additional Information