Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: innemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: innemend
Past participle - Verleden deelwoord: ingenomen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | neem in |
| jij | neemt in |
| hij | neemt in |
| wij | nemen in |
| jullie | nemen in |
| zij | nemen in |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb ingenomen |
| jij | hebt ingenomen |
| hij | heeft ingenomen |
| wij | hebben ingenomen |
| jullie | hebben ingenomen |
| zij | hebben ingenomen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | nam in |
| jij | nam in |
| hij | nam in |
| wij | namen in |
| jullie | namen in |
| zij | namen in |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had ingenomen |
| jij | had ingenomen |
| hij | had ingenomen |
| wij | hadden ingenomen |
| jullie | hadden ingenomen |
| zij | hadden ingenomen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal innemen |
| jij | zult innemen |
| hij | zal innemen |
| wij | zullen innemen |
| jullie | zullen innemen |
| zij | zullen innemen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal ingenomen hebben |
| jij | zult ingenomen hebben |
| hij | zal ingenomen hebben |
| wij | zullen ingenomen hebben |
| jullie | zullen ingenomen hebben |
| zij | zullen ingenomen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou innemen |
| jij | zou innemen |
| hij | zou innemen |
| wij | zouden innemen |
| jullie | zouden innemen |
| zij | zouden innemen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou ingenomen hebben |
| jij | zou ingenomen hebben |
| hij | zou ingenomen hebben |
| wij | zouden ingenomen hebben |
| jullie | zouden ingenomen hebben |
| zij | zouden ingenomen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'innemen'
aanbevelen,
aanbreken,
aannemen,
aanspreken,
aansteken,
afbreken,
afnemen,
afspreken,
afsteken,
afstelen,
bespreken,
bestelen,
bevelen,
breken,
deelnemen,
gevangennemen,
innemen,
kwaadspreken,
nemen,
onderbreken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'innemen'
aannemen,
afnemen,
inademen,
indelen,
ingeven,
inkomen,
innen,
nemen,
noemen,
ontnemen,
Translations
assume, take on a position
Sample Sentences
-
[...] aandreef. Ik maakte mij een oogenblik ten nutte, waarin mijne moeder mij beter geluimd dan gewoonlijk toescheen, om haar te bekennen, dat het verlangen, de wereld te zien, mijne ziel zoo geheel had ingenomen, dat het mij onmogelijk zou zijn mij op iets toe te leggen met die standvastigheid, die tot het welslagen vereischt wordt; dat mijn vader beter zou doen mij zijne toestemming te geven, dan mij te [...]
(Robinson Crusoe)
-
Vervolgens liepen wij tien of twaalf dagen zuidwaarts, en hielden zeer zuinig met onze levensmiddelen huis, die echter sterk verminderden, en gingen alleen aan land als wij water moesten innemen. Ik wilde de rivier Gambia of Senegal, dat wil zeggen, de hoogte van Kaap Verd bereiken, omdat ik daar Europesche schepen hoopte te ontmoeten. Zoo dit niet het geval was, wist ik niet wat te doen, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hunne kleederen en kisten gevoegd had, waarvoor zij zeer dankbaar waren. Ik moedigde hen wat aan door de verzekering, dat als ik eenig vaartuig ontmoette dat het eiland kon aandoen en hen innemen, ik hen niet vergeten zou.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From in + nemen.
Additional Information