bevelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevelend
Past participle - Verleden deelwoord: bevolen

Cognates

See the 2 cognates of bevelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeveel
jijbeveelt
hijbeveelt
wijbevelen
julliebevelen
zijbevelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevolen
jijhebt bevolen
hijheeft bevolen
wijhebben bevolen
julliehebben bevolen
zijhebben bevolen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeval
jijbeval
hijbeval
wijbevalen
julliebevalen
zijbevalen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevolen
jijhad bevolen
hijhad bevolen
wijhadden bevolen
julliehadden bevolen
zijhadden bevolen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevelen
jijzult bevelen
hijzal bevelen
wijzullen bevelen
julliezullen bevelen
zijzullen bevelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevolen hebben
jijzult bevolen hebben
hijzal bevolen hebben
wijzullen bevolen hebben
julliezullen bevolen hebben
zijzullen bevolen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevelen
jijzou bevelen
hijzou bevelen
wijzouden bevelen
julliezouden bevelen
zijzouden bevelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevolen hebben
jijzou bevolen hebben
hijzou bevolen hebben
wijzouden bevolen hebben
julliezouden bevolen hebben
zijzouden bevolen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeveel

Translations

  • bid, to issue a command
  • command, to order
  • direct, to order
  • order, to issue a command
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanschrijven
    aanmanen, manen, oproepen
    commanderen
    gebieden, koeioneren
    gebieden
    gelasten, opdragen
    gelasten
    gebieden, opdragen, ordonneren
    opdragen
    gelasten
    ordonneren
    gelasten
    verordenen
    decreteren, gelasten, voorschrijven
    zeggen
    gebieden, opdragen

    Sample Sentences

    • [...] harten, als mannen, die hun doodvonnis te gemoet gingen, want wij allen wisten zeer goed, dat als wij digt bij het strand kwamen, de branding alsdan de boot in duizend stukken zou verbrijzelen. Wij bevalen Gode onze ziel, en terwijl de wind ons naar de kust dreef, verhaastten wij de beslissing van ons lot, door zoo hard wij konden naar den wal te roeijen. Hoe het strand was, klippen of zand, steil of [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik mij tot verdediging gereed. Ik laadde al mijn geschut, dat op mijne schans stond, en al mijne pistolen, en besloot mij ten uiterste te verdedigen, niet vergetende mij in Gods bescherming te bevelen en Hem te smeeken mij uit de handen der barbaren te redden. Ik bleef aldus twee uren, maar verlangde toen magtig te weten wat er omging, want ik kon geene verspieders uitzenden. Eindelijk kon ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te halen. Dus sloop ik in het duister vandaar weg, opdat zij niet zien zouden wat slag van een gouverneur zij hadden, en ontbood den kapitein tot mij. Toen ik op een afstand was, werd een der mannen bevolen als voren te spreken, en te zeggen: " kapitein, de kommandant laat u roepen ! " De kapitein antwoordde: " zeg aan zijne excellentie, dat ik oogenblikkelijk kom. " Dit bragt hen geheel in den waan, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bevēlen, from Old Dutch bifelan, from Proto-West Germanic *bifelhan.

    Verbs referencing "bevelen"

    Old English feolan.

    Additional Information