stukslaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stukslaan

The word "stukslaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stukslaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stukslaand
Past participle - Verleden deelwoord: gestukslagen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstuksla
jijstukslaat
hijstukslaat
wijstukslaan
julliestukslaan
zijstukslaan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestukslagen
jijhebt gestukslagen
hijheeft gestukslagen
wijhebben gestukslagen
julliehebben gestukslagen
zijhebben gestukslagen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstuksloeg
jijstuksloeg
hijstuksloeg
wijstuksloegen
julliestuksloegen
zijstuksloegen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestukslagen
jijhad gestukslagen
hijhad gestukslagen
wijhadden gestukslagen
julliehadden gestukslagen
zijhadden gestukslagen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stukslaan
jijzult stukslaan
hijzal stukslaan
wijzullen stukslaan
julliezullen stukslaan
zijzullen stukslaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestukslagen hebben
jijzult gestukslagen hebben
hijzal gestukslagen hebben
wijzullen gestukslagen hebben
julliezullen gestukslagen hebben
zijzullen gestukslagen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stukslaan
jijzou stukslaan
hijzou stukslaan
wijzouden stukslaan
julliezouden stukslaan
zijzouden stukslaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestukslagen hebben
jijzou gestukslagen hebben
hijzou gestukslagen hebben
wijzouden gestukslagen hebben
julliezouden gestukslagen hebben
zijzouden gestukslagen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstuksla

Verbs similar to 'stukslaan'

Translations

  • trash, to beat soundly
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information