Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: bouwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bouwend
Past participle - Verleden deelwoord: gebouwd
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bouw |
| jij | bouwt |
| hij | bouwt |
| wij | bouwen |
| jullie | bouwen |
| zij | bouwen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gebouwd |
| jij | hebt gebouwd |
| hij | heeft gebouwd |
| wij | hebben gebouwd |
| jullie | hebben gebouwd |
| zij | hebben gebouwd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bouwde |
| jij | bouwde |
| hij | bouwde |
| wij | bouwden |
| jullie | bouwden |
| zij | bouwden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gebouwd |
| jij | had gebouwd |
| hij | had gebouwd |
| wij | hadden gebouwd |
| jullie | hadden gebouwd |
| zij | hadden gebouwd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal bouwen |
| jij | zult bouwen |
| hij | zal bouwen |
| wij | zullen bouwen |
| jullie | zullen bouwen |
| zij | zullen bouwen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gebouwd hebben |
| jij | zult gebouwd hebben |
| hij | zal gebouwd hebben |
| wij | zullen gebouwd hebben |
| jullie | zullen gebouwd hebben |
| zij | zullen gebouwd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou bouwen |
| jij | zou bouwen |
| hij | zou bouwen |
| wij | zouden bouwen |
| jullie | zouden bouwen |
| zij | zouden bouwen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gebouwd hebben |
| jij | zou gebouwd hebben |
| hij | zou gebouwd hebben |
| wij | zouden gebouwd hebben |
| jullie | zouden gebouwd hebben |
| zij | zouden gebouwd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'bouwen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'bouwen'
brouwen,
houwen,
vouwen,
bebouwen,
beuken,
boeien,
boeren,
boeten,
bomen,
borgen,
Translations
build, (transitive) to form by combining materials or parts
scaffold, set up scaffolding
Sample Sentences
-
[...] hij niet meer zonder een kompas en eenige mondbehoeften uit visschen te gaan. Hij gelastte hierom zijn scheepstimmerman (een Engelsche slaaf even als ik ), midden in de boot eene hut of roef te bouwen, even als van een tentjagtje, van achteren met een stuurstoel en van voren plaats voor een paar man, om de zeilen te hanteren. Deze boot voerde een latijn- of driehoekig zeil, en de giek liep over [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] welligt het schip behouden hadden; althans zouden zij niet allen verdronken zijn, gelijk thans. En zoo zij gered waren, hadden wij misschien uit de overblijfselen van het schip eene boot kunnen bouwen, om ons naar een ander deel der wereld te brengen. Ik bragt den geheelen dag door met hierover te peinzen, maar, toen ik eindelijk zag, dat het schip bijkans droog zat, ging ik op het zand er zoo [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ontsteltenis bekomen, dacht ik na over hetgeen mij thans te doen stond. Als dit eiland aan aardbevingen onderhevig was, kon ik niet in den kelder blijven wonen; maar moest ik een hutje voor mij bouwen, dat ik ook met een muur omringen kon, en mij daardoor voor menschen en beesten beveiligen; want zoo ik bleef waar ik was, liep ik gevaar van te eeniger tijd levend begraven te worden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] er af nam, om mijn voedsel op te sporen, bij hoog water, ten einde altijd gereed te zijn als het afgeloopen was. Ik had thans rondhouten, planken en ijzerwerk genoeg bijeen, om eene goede boot te bouwen, als ik maar geweten had, hoe; ook had ik op verschillende tijden bijkans honderd pond van de rol lood afgehaald.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ze niet gebruiken, dus liet ik niet meer groeijen dan ik voor mij noodig achtte. Ik had overvloed van schildpadvleesch, nu en dan een was voor mij genoeg. Ik had hout genoeg om eene geheele vloot te bouwen, en genoeg druiven om die vloot met wijn of rozijnen te laden, als zij gebouwd was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] overvloed van schildpadvleesch, nu en dan een was voor mij genoeg. Ik had hout genoeg om eene geheele vloot te bouwen, en genoeg druiven om die vloot met wijn of rozijnen te laden, als zij gebouwd was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] derhalve met Vrijdag aan het werk om een grooten boom te vinden, die geschikt was voor eene groote praauw of kanoe om de reis te ondernemen. Er was hout genoeg op het eiland om eene geheele vloot te bouwen, niet alleen van praauwen of kanoes, maar van groote schepen zelfs. De hoofdzaak echter waarnaar ik verlangde, was er een te vinden, die zoo digt bij het water stond, dat wij die, als zij af was, te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zij nog geen kwartier ver konden zijn, en het bleef den geheelen nacht zoo hard uit het noordwesten doorstormen, dat ik niet onderstellen kon, dat bij dien zwaren tegenwind hunne kanoe zee kon bouwen noch zij hunne kust bereiken konden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat er daar van hen worden zou, en of zij geen plan tot ontvlugting ooit gemaakt hadden. Hierover zeide hij, hadden zij dikwijls beraadslaagd, maar daar zij noch vaartuigen, noch werktuigen om ze te bouwen, bezaten, noch eenigen voorraad hoegenaamd, was hunne overlegging altijd in wanhoop en tranen geëindigd. Ik vroeg hem hoe hij dacht, dat een voorstel van mij ten aanzien van hunne redding, zou [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en geslagt wilde worden, dan in de onbarmhartige handen der inquisitie te vallen. Ik voegde er bij, dat ik mij overigens overtuigd hield, dat zoo zij allen hier waren, wij een boot konden bouwen, groot genoeg om ons allen of zuidwaarts naar Brazilië of de eilanden, of noordwaarts naar de Spaansche kust te voeren; maar, dat als zij ter vergelding, als ik hen eens wapens in de hand had [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch bouwen, from Old Dutch buwan, from Proto-West Germanic *būan, from Proto-Germanic *būaną. See: Proto-Germanic '
*būaną'.
Verbs referencing "bouwen"
Danish
bo, Sranan
bow, Old English
buan, Afrikaans
bou, German, Pennsylvania
baue, Frisian, Saterlandic baue, Alemannic German
buue.
Additional Information