boeien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of boeien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: boeien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: boeiend
Past participle - Verleden deelwoord: geboeid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikboei
jijboeit
hijboeit
wijboeien
jullieboeien
zijboeien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geboeid
jijhebt geboeid
hijheeft geboeid
wijhebben geboeid
julliehebben geboeid
zijhebben geboeid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikboeide
jijboeide
hijboeide
wijboeiden
jullieboeiden
zijboeiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geboeid
jijhad geboeid
hijhad geboeid
wijhadden geboeid
julliehadden geboeid
zijhadden geboeid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal boeien
jijzult boeien
hijzal boeien
wijzullen boeien
julliezullen boeien
zijzullen boeien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geboeid hebben
jijzult geboeid hebben
hijzal geboeid hebben
wijzullen geboeid hebben
julliezullen geboeid hebben
zijzullen geboeid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou boeien
jijzou boeien
hijzou boeien
wijzouden boeien
julliezouden boeien
zijzouden boeien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geboeid hebben
jijzou geboeid hebben
hijzou geboeid hebben
wijzouden geboeid hebben
julliezouden geboeid hebben
zijzouden geboeid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijboei

Translations

  • captivate, to attract and hold interest and attention of
  • handcuff, to apply handcuffs
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    fascineren
    interesseren

    Sample Sentences

    • De andere gevangenen werden beter behandeld; wel werden twee hunner geboeid, omdat de kapitein hen niet vertrouwde, maar de beide anderen in mijne dienst genomen op zijne aanbeveling, en hunne plegtige belofte van met ons te leven en te sterven, dus waren wij met hen zeven [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch boeyen. Equivalent to boei + -en.

    Additional Information