beven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevend
Past participle - Verleden deelwoord: gebeefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeef
jijbeeft
hijbeeft
wijbeven
julliebeven
zijbeven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebeefd
jijhebt gebeefd
hijheeft gebeefd
wijhebben gebeefd
julliehebben gebeefd
zijhebben gebeefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeefde
jijbeefde
hijbeefde
wijbeefden
julliebeefden
zijbeefden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebeefd
jijhad gebeefd
hijhad gebeefd
wijhadden gebeefd
julliehadden gebeefd
zijhadden gebeefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beven
jijzult beven
hijzal beven
wijzullen beven
julliezullen beven
zijzullen beven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebeefd hebben
jijzult gebeefd hebben
hijzal gebeefd hebben
wijzullen gebeefd hebben
julliezullen gebeefd hebben
zijzullen gebeefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beven
jijzou beven
hijzou beven
wijzouden beven
julliezouden beven
zijzouden beven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebeefd hebben
jijzou gebeefd hebben
hijzou gebeefd hebben
wijzouden gebeefd hebben
julliezouden gebeefd hebben
zijzouden gebeefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeef

Verbs conjugated like 'beven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'beven'

geven, leven, weven, baden, banen, baten, beffen, begeven, beleven, bellen,

Translations

  • quaver, to shake
  • shag, to shake
  • stew, to be in a state of elevated anxiety
  • tremble, to shake
  • waver, to shake or tremble
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bibberen
    rillen, trillen

    Sample Sentences

    • " Ga naar den wal, Xury, " zeide ik, " en schiet dien leeuw dood. " Hij beefde echter van schrik, en zeide: " Hij mij dooden ! Ik een mond voor hem. " Hij meende een mond vol. Zonder hem meer te zeggen wenkte ik hem, dat hij stil zou zijn, en nam mijn grootste geweer, en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het geen eigenlijk gebed, maar slechts klanken waren, door droefheid en angst mij ontwrongen. Mijne gedachten waren verward, en de angst van in zulk een rampzaligen toestand te sterven deed mij beven; ik wist niet wat ik zeide, doch het waren uitroepen, als: " Hemel, wat ben ik rampzalig; ik zal gewis van gebrek aan bijstand sterven als ik ziek worde ! Wat zal er van mij worden ? " De tranen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hen aan te vallen en hen allen te dooden; en dit was niet alleen een zeer roekelooze aanslag, die ligt kon mislukken, maar ik twijfelde aan den anderen kant of hij wel geoorloofd was, en mijn hart beefde bij de gedachte van zooveel bloed te vergieten, al was het ook ter mijner bevrijding. Ik behoef de redenen hier niet te herhalen, die zich bij mij hier tegen stelden, daar het dezelfde waren als [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en wenkte hem naderbij te komen, hetgeen hij gemakkelijk begreep, hij deed eenige stappen voorwaarts en bleef toen weder staan; nog eenige stappen en toen stond hij weder stil, en ik zag dat hij beefde, en begreep, dat hij thans dacht door mij gevangen genomen en geslagt te zullen worden. Ik wenkte hem toe, en gaf hem alle mogelijke blijken van genegenheid. Eindelijk kwam hij, van tijd tot tijd [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te steken. Ik zag echter, dat de arme knaap doodelijk beangst was, want hij had zich in het hoofd gezet, dat zij alleen gekomen waren om hem te zoeken, en dat zij hem in stukken zouden houwen. Hij beefde zoo, dat ik niet wist wat ik met hem zou beginnen. Ik stelde hem gerust zooveel ik kon, en zeide, dat ik even veel gevaar liep als hij, en dat zij mij zoowel als hem zouden opeten. " Maar, " zeide [...] (Robinson Crusoe)
    • Al dien tijd wist ik niet wat ik denken moest, maar stond te beven van afschuw, daar ik ieder oogenblik verwachtte, dat de gevangenen vermoord zouden worden; en zelfs zag ik, dat een der schurken zijn sabel ophief, om een der gevangenen te dreigen, en ik verwachtte [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gedwongen waren; maar dat de bootsman, die naar het scheen hun opperhoofd was, en al de overigen zoo slecht waren als het verdere scheepsvolk, en ongetwijfeld in hunnen aanslag zouden volharden. Hij beefde van angst, dat zij voor ons te sterk zouden zijn. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bēven, from Old Dutch *bivon, from Proto-West Germanic *bibēn, from Proto-Germanic *bibāną. See: Old Dutch '*bivon', Proto-Germanic '*bibāną'.

    Verbs referencing "beven"

    English biver.

    Additional Information