verzenden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verzenden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verzenden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzendend
Past participle - Verleden deelwoord: verzonden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverzend
jijverzendt
hijverzendt
wijverzenden
jullieverzenden
zijverzenden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verzonden
jijhebt verzonden
hijheeft verzonden
wijhebben verzonden
julliehebben verzonden
zijhebben verzonden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverzond
jijverzond
hijverzond
wijverzonden
jullieverzonden
zijverzonden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verzonden
jijhad verzonden
hijhad verzonden
wijhadden verzonden
julliehadden verzonden
zijhadden verzonden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verzenden
jijzult verzenden
hijzal verzenden
wijzullen verzenden
julliezullen verzenden
zijzullen verzenden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verzonden hebben
jijzult verzonden hebben
hijzal verzonden hebben
wijzullen verzonden hebben
julliezullen verzonden hebben
zijzullen verzonden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verzenden
jijzou verzenden
hijzou verzenden
wijzouden verzenden
julliezouden verzenden
zijzouden verzenden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verzonden hebben
jijzou verzonden hebben
hijzou verzonden hebben
wijzouden verzonden hebben
julliezouden verzonden hebben
zijzouden verzonden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverzend

Translations

  • dispatch, to send with promptness
  • post, to send mail
  • send, make something go somewhere
  • ship, to send a parcel or container
  • submit, enter or put forward something for approval, consideration, marking etc.
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    expediëren
    versturen

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + zenden. Cognate with German versenden (“to ship, to dispatch”). See: German, old spelling 'versenden'.

    Verbs referencing "verzenden"

    German, old spelling versenden, Middle English forsenden.

    Additional Information