verleiden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verleiden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verleiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verleidend
Past participle - Verleden deelwoord: verleid

Cognates

See the 3 cognates of verleiden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverleid
jijverleidt
hijverleidt
wijverleiden
jullieverleiden
zijverleiden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verleid
jijhebt verleid
hijheeft verleid
wijhebben verleid
julliehebben verleid
zijhebben verleid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverleidde
jijverleidde
hijverleidde
wijverleidden
jullieverleidden
zijverleidden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verleid
jijhad verleid
hijhad verleid
wijhadden verleid
julliehadden verleid
zijhadden verleid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verleiden
jijzult verleiden
hijzal verleiden
wijzullen verleiden
julliezullen verleiden
zijzullen verleiden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verleid hebben
jijzult verleid hebben
hijzal verleid hebben
wijzullen verleid hebben
julliezullen verleid hebben
zijzullen verleid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verleiden
jijzou verleiden
hijzou verleiden
wijzouden verleiden
julliezouden verleiden
zijzouden verleiden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verleid hebben
jijzou verleid hebben
hijzou verleid hebben
wijzouden verleid hebben
julliezouden verleid hebben
zijzouden verleid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverleid

Translations

  • allure, to attempt to draw
  • coax, manipulate carefully into position
  • inveigh, To [[draw]] in or away; to [[entice]], [[inveigle]]
  • mislead, lead in a false direction
  • seduce, to entice or induce someone to engage in a sexual relationship
  • tempt, to provoke someone to do wrong
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    lokken
    bekoren
    uitlokken
    verlokken

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch verleiden, verlêden, from Old Dutch *farleiden, *farlēden, from Proto-West Germanic *fralaidijan. Equivalent to ver- + leiden. Cognate with Old Saxon farlēdian, English forlead, German verleiten. See: English 'forlead', German, old spelling 'verleiten'.

    Verbs referencing "verleiden"

    German, old spelling verleiten, French fourvoyer, Old Saxon farledian, English forlead, Old English forlædan.

    Additional Information