verwennen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verwennen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verwennen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwennend
Past participle - Verleden deelwoord: verwend

Cognates

See the 3 cognates of verwennen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverwen
jijverwent
hijverwent
wijverwennen
jullieverwennen
zijverwennen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verwend
jijhebt verwend
hijheeft verwend
wijhebben verwend
julliehebben verwend
zijhebben verwend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwende
jijverwende
hijverwende
wijverwenden
jullieverwenden
zijverwenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verwend
jijhad verwend
hijhad verwend
wijhadden verwend
julliehadden verwend
zijhadden verwend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verwennen
jijzult verwennen
hijzal verwennen
wijzullen verwennen
julliezullen verwennen
zijzullen verwennen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verwend hebben
jijzult verwend hebben
hijzal verwend hebben
wijzullen verwend hebben
julliezullen verwend hebben
zijzullen verwend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verwennen
jijzou verwennen
hijzou verwennen
wijzouden verwennen
julliezouden verwennen
zijzouden verwennen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verwend hebben
jijzou verwend hebben
hijzou verwend hebben
wijzouden verwend hebben
julliezouden verwend hebben
zijzouden verwend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverwen

Translations

  • coddle, to treat gently or with great care
  • cosset, to treat like a pet
  • indulge, to satisfy the wishes or whims of
  • pamper, to treat with excessive care, to indulge
  • spoil, to coddle or pamper
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    troetelen
    koesteren, vertroetelen
    vergasten
    onthalen, trakteren

    Sample Sentences

    Etymology

    1. From ver- + wennen.
    2. Cognate with German verwöhnen. See: German, old spelling 'verwöhnen'.

    Verbs referencing "verwennen"

    German, old spelling verwöhnen, Danish forvænne.

    Additional Information