uitzenden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitzenden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitzenden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitzendend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgezonden

Cognates

See the 3 cognates of uitzenden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzend uit
jijzendt uit
hijzendt uit
wijzenden uit
julliezenden uit
zijzenden uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgezonden
jijhebt uitgezonden
hijheeft uitgezonden
wijhebben uitgezonden
julliehebben uitgezonden
zijhebben uitgezonden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzond uit
jijzond uit
hijzond uit
wijzonden uit
julliezonden uit
zijzonden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgezonden
jijhad uitgezonden
hijhad uitgezonden
wijhadden uitgezonden
julliehadden uitgezonden
zijhadden uitgezonden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitzenden
jijzult uitzenden
hijzal uitzenden
wijzullen uitzenden
julliezullen uitzenden
zijzullen uitzenden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgezonden hebben
jijzult uitgezonden hebben
hijzal uitgezonden hebben
wijzullen uitgezonden hebben
julliezullen uitgezonden hebben
zijzullen uitgezonden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitzenden
jijzou uitzenden
hijzou uitzenden
wijzouden uitzenden
julliezouden uitzenden
zijzouden uitzenden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgezonden hebben
jijzou uitgezonden hebben
hijzou uitgezonden hebben
wijzouden uitgezonden hebben
julliezouden uitgezonden hebben
zijzouden uitgezonden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzend uit

Translations

  • air, to broadcast
  • broadcast, to transmit a message or signal through radio waves or electronic means
  • emit, to send out or give off
  • transmit, to send out a signal
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    presenteren
    vertonen
    zenden
    doorseinen, overseinen

    Sample Sentences

    • [...] gelaten. Eensklaps riep de jongen: " Meester, meester, een schip, een zeil ! " De arme jongen bestierf het schier van angst, denkende, dat het niet anders zijn kon dan een van zijn meesters schepen, uitgezonden om ons te vervolgen. Ik echter wist wel, dat wij ver genoeg buiten zijn bereik waren. Ik sprong uit de kajuit, en zag niet alleen dadelijk het schip, maar ook wat het was; namelijk een Portugeesch [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] in Gods bescherming te bevelen en Hem te smeeken mij uit de handen der barbaren te redden. Ik bleef aldus twee uren, maar verlangde toen magtig te weten wat er omging, want ik kon geene verspieders uitzenden. Eindelijk kon ik deze onzekerheid niet langer verdragen, ik zette dus mijne ladder tegen de rots, en klom zoo naar den top. Daar ging ik plat op den grond liggen, en begon met mijn kijker naar hen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    Compound of uit + zenden.

    Verbs referencing "uitzenden"

    English outsend.

    Additional Information