Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: uitgeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitgevend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeven
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | geef uit |
| jij | geeft uit |
| hij | geeft uit |
| wij | geven uit |
| jullie | geven uit |
| zij | geven uit |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb uitgeven |
| jij | hebt uitgeven |
| hij | heeft uitgeven |
| wij | hebben uitgeven |
| jullie | hebben uitgeven |
| zij | hebben uitgeven |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | gaf uit |
| jij | gaf uit |
| hij | gaf uit |
| wij | gaven uit |
| jullie | gaven uit |
| zij | gaven uit |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had uitgeven |
| jij | had uitgeven |
| hij | had uitgeven |
| wij | hadden uitgeven |
| jullie | hadden uitgeven |
| zij | hadden uitgeven |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal uitgeven |
| jij | zult uitgeven |
| hij | zal uitgeven |
| wij | zullen uitgeven |
| jullie | zullen uitgeven |
| zij | zullen uitgeven |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal uitgeven hebben |
| jij | zult uitgeven hebben |
| hij | zal uitgeven hebben |
| wij | zullen uitgeven hebben |
| jullie | zullen uitgeven hebben |
| zij | zullen uitgeven hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou uitgeven |
| jij | zou uitgeven |
| hij | zou uitgeven |
| wij | zouden uitgeven |
| jullie | zouden uitgeven |
| zij | zouden uitgeven |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou uitgeven hebben |
| jij | zou uitgeven hebben |
| hij | zou uitgeven hebben |
| wij | zouden uitgeven hebben |
| jullie | zouden uitgeven hebben |
| zij | zouden uitgeven hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'uitgeven'
aangeven,
achternageven,
begeven,
geven,
ingeven,
misgeven,
omgeven,
opgeven,
overgeven,
teruggeven,
uitgeven,
vergeven,
voorgeven,
weergeven,
Verbs similar to 'uitgeven'
ingeven,
misgeven,
uitdelen,
uitdoven,
uitkeren,
aangeven,
begeven,
biggelen,
bitteren,
buitelen,
Translations
disburse, to pay out
dispense, to issue, distribute, or give out
publish, to issue something (usually printed work) for sale and distribution
spend, to pay out
Sample Sentences
-
[...] was er een brief bij van den prioor van het Augustijner klooster, die ruim veertien jaren de inkomsten ontvangen had, doch daar hij niet in staat was datgene te verrekenen wat tot liefdadige einden uitgegeven was, eerlijk verklaarde, dat hij nog achthonderd twee en zeventig moidores niet uitgegeven had, die ter mijner beschikking waren. Het deel des konings leverde niets op.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ontvangen had, doch daar hij niet in staat was datgene te verrekenen wat tot liefdadige einden uitgegeven was, eerlijk verklaarde, dat hij nog achthonderd twee en zeventig moidores niet uitgegeven had, die ter mijner beschikking waren. Het deel des konings leverde niets op.
(Robinson Crusoe)
-
[...] houden alsof ik hunne godsdienst aankleefde, en dit deed ik ook nog niet, maar er thans meer dan vroeger over denkende om daar te leven en te sterven, berouwde het mij, dat ik mij voor een Katholijk uitgegeven had, daar ik niet gaarne in de belijdenis van die leer wilde sterven.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch utegeven. Equivalent to uit + geven.
Additional Information