Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verbergen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verbergend
Past participle - Verleden deelwoord: verborgen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verberg |
| jij | verbergt |
| hij | verbergt |
| wij | verbergen |
| jullie | verbergen |
| zij | verbergen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verborgen |
| jij | hebt verborgen |
| hij | heeft verborgen |
| wij | hebben verborgen |
| jullie | hebben verborgen |
| zij | hebben verborgen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verborg |
| jij | verborg |
| hij | verborg |
| wij | verborgen |
| jullie | verborgen |
| zij | verborgen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verborgen |
| jij | had verborgen |
| hij | had verborgen |
| wij | hadden verborgen |
| jullie | hadden verborgen |
| zij | hadden verborgen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verbergen |
| jij | zult verbergen |
| hij | zal verbergen |
| wij | zullen verbergen |
| jullie | zullen verbergen |
| zij | zullen verbergen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verborgen hebben |
| jij | zult verborgen hebben |
| hij | zal verborgen hebben |
| wij | zullen verborgen hebben |
| jullie | zullen verborgen hebben |
| zij | zullen verborgen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verbergen |
| jij | zou verbergen |
| hij | zou verbergen |
| wij | zouden verbergen |
| jullie | zouden verbergen |
| zij | zouden verbergen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verborgen hebben |
| jij | zou verborgen hebben |
| hij | zou verborgen hebben |
| wij | zouden verborgen hebben |
| jullie | zouden verborgen hebben |
| zij | zouden verborgen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verbergen'
aanzenden,
achternazenden,
afschenken,
bergen,
gelden,
inschenken,
inzenden,
kwijtschelden,
misgelden,
nazenden,
opbergen,
schelden,
schenden,
schenken,
uitzenden,
verbergen,
vergelden,
verzenden,
verzwelgen,
zenden, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verbergen'
herbergen,
verboeren,
vereren,
verheugen,
verkeren,
verlengen,
verleren,
vermengen,
verteren,
verversen,
Translations
conceal, to hide something
disguise, to prevent revealing something secret
feign, to hide, conceal, or dissemble
hide, (intransitive) put oneself in a place where one will be harder to find
skulk, to conceal oneself; to hide
Sample Sentences
-
[...] de zijde van den heuvel, waar ik begreep veilig te kunnen wachten, tot ik eenige hunner booten zag aankomen, als wanneer ik, zelfs voor dat zij gereed waren aan wal te gaan, mij in een hollen boom verbergen kon, waarin ik geheel verholen was, en al hunne bloeddorstige handelingen zou kunnen gadeslaan, en bedaard op hen aanleggen, als zij zoo digt bijeen zouden zijn, dat het bijkans onmogelijk was hen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eten, maar juist toen zij hem wilden slagten, rukte de wilde zich plotseling los, en nam de vlugt. Daarop verbeeldde ik mij, dat hij door het digte bosch voor mijne vesting zwierf om zich daarin te verbergen; en dat ik, ziende dat hij alleen was, en niet bemerkende, dat de anderen hem dien kant uit zochten, mij aan hem vertoonde, met bemoedigende gebaren; dat hij voor mij knielde, en mij om bijstand [...]
(Robinson Crusoe)
-
Hierom riep ik Vrijdag en gelastte hem zich te verbergen, want dat dit niet de lieden waren, die wij verwachtten; en wij nog niet wisten of dit vrienden of vijanden waren. In de eerste plaats ging ik mijn kijker halen, om te zien wat ik van hen ontdekken [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + bergen (“to store, stash away”).
Verbs referencing "verbergen"
German, old spelling
verbergen.
Additional Information