vereren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vereren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vereren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vererend
Past participle - Verleden deelwoord: vereerd

Cognates

See the 2 cognates of vereren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvereer
jijvereert
hijvereert
wijvereren
jullievereren
zijvereren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vereerd
jijhebt vereerd
hijheeft vereerd
wijhebben vereerd
julliehebben vereerd
zijhebben vereerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvereerde
jijvereerde
hijvereerde
wijvereerden
jullievereerden
zijvereerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vereerd
jijhad vereerd
hijhad vereerd
wijhadden vereerd
julliehadden vereerd
zijhadden vereerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vereren
jijzult vereren
hijzal vereren
wijzullen vereren
julliezullen vereren
zijzullen vereren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vereerd hebben
jijzult vereerd hebben
hijzal vereerd hebben
wijzullen vereerd hebben
julliezullen vereerd hebben
zijzullen vereerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vereren
jijzou vereren
hijzou vereren
wijzouden vereren
julliezouden vereren
zijzouden vereren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vereerd hebben
jijzou vereerd hebben
hijzou vereerd hebben
wijzouden vereerd hebben
julliezouden vereerd hebben
zijzouden vereerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvereer

Translations

  • dignify, to honor
  • exalt, to honor
  • glorify, to exalt, or give glory or praise to something or someone
  • honor, think of, respect highly
  • revere, to regard someone or something with great awe or devotion
  • worship, to honor and adore, especially as a deity
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanbidden
    bewieroken, verafgoden, verheerlijken

    Sample Sentences

    • Zij vereren er de geesten van hun voorouders. (There they worship the spirits of their ancestors.)

    Etymology

    From ver- + eren.

    Verbs referencing "vereren"

    Danish forære.

    Additional Information