herbergen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of herbergen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: herbergen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: herbergend
Past participle - Verleden deelwoord: geherbergd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikherberg
jijherbergt
hijherbergt
wijherbergen
jullieherbergen
zijherbergen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geherbergd
jijhebt geherbergd
hijheeft geherbergd
wijhebben geherbergd
julliehebben geherbergd
zijhebben geherbergd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikherbergde
jijherbergde
hijherbergde
wijherbergden
jullieherbergden
zijherbergden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geherbergd
jijhad geherbergd
hijhad geherbergd
wijhadden geherbergd
julliehadden geherbergd
zijhadden geherbergd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal herbergen
jijzult herbergen
hijzal herbergen
wijzullen herbergen
julliezullen herbergen
zijzullen herbergen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geherbergd hebben
jijzult geherbergd hebben
hijzal geherbergd hebben
wijzullen geherbergd hebben
julliezullen geherbergd hebben
zijzullen geherbergd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou herbergen
jijzou herbergen
hijzou herbergen
wijzouden herbergen
julliezouden herbergen
zijzouden herbergen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geherbergd hebben
jijzou geherbergd hebben
hijzou geherbergd hebben
wijzouden geherbergd hebben
julliezouden geherbergd hebben
zijzouden geherbergd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijherberg

Translations

  • accommodate, to provide housing for
  • lodge, to supply with a room or place to sleep in for a time
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    huisvesten
    opnemen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch herbergen, from Old Dutch *heribergon, from Proto-West Germanic *harjabergōn. By surface analysis, herberg + -en. See: Old Dutch '*heribergon'.

    Additional Information