verbreken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verbreken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verbreken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verbrekend
Past participle - Verleden deelwoord: verbroken

Cognates

See the 2 cognates of verbreken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverbreek
jijverbreekt
hijverbreekt
wijverbreken
jullieverbreken
zijverbreken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verbroken
jijhebt verbroken
hijheeft verbroken
wijhebben verbroken
julliehebben verbroken
zijhebben verbroken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverbrak
jijverbrak
hijverbrak
wijverbraken
jullieverbraken
zijverbraken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verbroken
jijhad verbroken
hijhad verbroken
wijhadden verbroken
julliehadden verbroken
zijhadden verbroken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verbreken
jijzult verbreken
hijzal verbreken
wijzullen verbreken
julliezullen verbreken
zijzullen verbreken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verbroken hebben
jijzult verbroken hebben
hijzal verbroken hebben
wijzullen verbroken hebben
julliezullen verbroken hebben
zijzullen verbroken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verbreken
jijzou verbreken
hijzou verbreken
wijzouden verbreken
julliezouden verbreken
zijzouden verbreken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verbroken hebben
jijzou verbroken hebben
hijzou verbroken hebben
wijzouden verbroken hebben
julliezouden verbroken hebben
zijzouden verbroken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverbreek

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

afbreken
beëindigen, onderbreken

Antonyms

afbreken
opbouwen, bouwen, construeren, optrekken

Sample Sentences

  • Ik bleef nog bijkans een jaar in huis, zonder te trachten mijne boeijen te verbreken, maar altijd halsstarrig het oor sluitende voor elk voorstel, om mij op het een of ander toe te leggen. Dikwijls stelde ik mijnen ouders voor, dat zij verkeerd deden met zich zoo te verzetten tegen [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] zaaikoren als ik thans besparen kon, opdat wij genoeg graan in voorraad mogten hebben voor zijne landslieden, als die komen mogten; want het gebrek mogt hen in verzoeking brengen om hunne belofte te verbreken, en zij zich slechts uit de eene ongelegenheid in de andere gestort zien. " Gij weet, " zeide hij, " dat schoon de kinderen Israëls zich eerst verheugden over hunne verlossing uit Egypte, zij echter [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch verbreken. Equivalent to ver- + breken (“to break”).

Verbs referencing "verbreken"

German, old spelling verbrechen, English forbreak.

Additional Information