Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: ontnemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontnemend
Past participle - Verleden deelwoord: ontnomen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ontneem |
| jij | ontneemt |
| hij | ontneemt |
| wij | ontnemen |
| jullie | ontnemen |
| zij | ontnemen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb ontnomen |
| jij | hebt ontnomen |
| hij | heeft ontnomen |
| wij | hebben ontnomen |
| jullie | hebben ontnomen |
| zij | hebben ontnomen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | ontnam |
| jij | ontnam |
| hij | ontnam |
| wij | ontnamen |
| jullie | ontnamen |
| zij | ontnamen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had ontnomen |
| jij | had ontnomen |
| hij | had ontnomen |
| wij | hadden ontnomen |
| jullie | hadden ontnomen |
| zij | hadden ontnomen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal ontnemen |
| jij | zult ontnemen |
| hij | zal ontnemen |
| wij | zullen ontnemen |
| jullie | zullen ontnemen |
| zij | zullen ontnemen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal ontnomen hebben |
| jij | zult ontnomen hebben |
| hij | zal ontnomen hebben |
| wij | zullen ontnomen hebben |
| jullie | zullen ontnomen hebben |
| zij | zullen ontnomen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou ontnemen |
| jij | zou ontnemen |
| hij | zou ontnemen |
| wij | zouden ontnemen |
| jullie | zouden ontnemen |
| zij | zouden ontnemen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou ontnomen hebben |
| jij | zou ontnomen hebben |
| hij | zou ontnomen hebben |
| wij | zouden ontnomen hebben |
| jullie | zouden ontnomen hebben |
| zij | zouden ontnomen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'ontnemen'
aanbevelen,
aanbreken,
aannemen,
aanspreken,
aansteken,
afbreken,
afnemen,
afspreken,
afsteken,
afstelen,
bespreken,
bestelen,
bevelen,
breken,
deelnemen,
gevangennemen,
innemen,
kwaadspreken,
nemen,
onderbreken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'ontnemen'
innemen,
onaneren,
ontberen,
onteren,
ontlenen,
ontleren,
opnemen,
aannemen,
afnemen,
enteren,
Translations
bereave, To take away someone or something important or close
deprive, take something away; deny someone of something
Sample Sentences
-
[...] worden; en het kan te een of anderen tijd gebeuren, dat dit ook mijn lot wordt. Bovendien, " vervolgde hij, " als ik u naar Brazilië medeneem, zoo ver van uw vaderland, en ik zou u het weinige ontnemen wat gij hebt, zoudt gij daar van honger sterven, en ik zou dan u slechts gered hebben, om u weder in doodsgevaar te brengen. Neen, neen, Senhor Inglese (mijnheer de Engelschman ), ik zal u uit [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de groote maker van alle dingen daar woonde, en dat Hij de wereld met dezelfde almagt en wijsheid bestierde, waarmede Hij ze geschapen heeft; dat Hij almagtig was, ons alles doen, alles geven, alles ontnemen kon; en zoo opende ik van lieverlede hem de oogen. Hij luisterde zeer oplettend, en hoorde met veel genoegen hoe Christus gezonden was om ons te verlossen, en hoe wij God behoorden te bidden, en hoe [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ont- + nemen.
Additional Information