ontnemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontnemen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontnemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontnemend
Past participle - Verleden deelwoord: ontnomen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontneem
jijontneemt
hijontneemt
wijontnemen
jullieontnemen
zijontnemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontnomen
jijhebt ontnomen
hijheeft ontnomen
wijhebben ontnomen
julliehebben ontnomen
zijhebben ontnomen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontnam
jijontnam
hijontnam
wijontnamen
jullieontnamen
zijontnamen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontnomen
jijhad ontnomen
hijhad ontnomen
wijhadden ontnomen
julliehadden ontnomen
zijhadden ontnomen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontnemen
jijzult ontnemen
hijzal ontnemen
wijzullen ontnemen
julliezullen ontnemen
zijzullen ontnemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontnomen hebben
jijzult ontnomen hebben
hijzal ontnomen hebben
wijzullen ontnomen hebben
julliezullen ontnomen hebben
zijzullen ontnomen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontnemen
jijzou ontnemen
hijzou ontnemen
wijzouden ontnemen
julliezouden ontnemen
zijzouden ontnemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontnomen hebben
jijzou ontnomen hebben
hijzou ontnomen hebben
wijzouden ontnomen hebben
julliezouden ontnomen hebben
zijzouden ontnomen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontneem

Translations

  • bereave, To take away someone or something important or close
  • deprive, take something away; deny someone of something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afnemen
    afpakken, benemen, wegnemen

    Sample Sentences

    • [...] worden; en het kan te een of anderen tijd gebeuren, dat dit ook mijn lot wordt. Bovendien, " vervolgde hij, " als ik u naar Brazilië medeneem, zoo ver van uw vaderland, en ik zou u het weinige ontnemen wat gij hebt, zoudt gij daar van honger sterven, en ik zou dan u slechts gered hebben, om u weder in doodsgevaar te brengen. Neen, neen, Senhor Inglese (mijnheer de Engelschman ), ik zal u uit [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] de groote maker van alle dingen daar woonde, en dat Hij de wereld met dezelfde almagt en wijsheid bestierde, waarmede Hij ze geschapen heeft; dat Hij almagtig was, ons alles doen, alles geven, alles ontnemen kon; en zoo opende ik van lieverlede hem de oogen. Hij luisterde zeer oplettend, en hoorde met veel genoegen hoe Christus gezonden was om ons te verlossen, en hoe wij God behoorden te bidden, en hoe [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ont- + nemen.

    Additional Information