wegnemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wegnemen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wegnemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wegnemend
Past participle - Verleden deelwoord: weggenomen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikneem weg
jijneemt weg
hijneemt weg
wijnemen weg
jullienemen weg
zijnemen weg

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weggenomen
jijhebt weggenomen
hijheeft weggenomen
wijhebben weggenomen
julliehebben weggenomen
zijhebben weggenomen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknam weg
jijnam weg
hijnam weg
wijnamen weg
jullienamen weg
zijnamen weg

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weggenomen
jijhad weggenomen
hijhad weggenomen
wijhadden weggenomen
julliehadden weggenomen
zijhadden weggenomen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wegnemen
jijzult wegnemen
hijzal wegnemen
wijzullen wegnemen
julliezullen wegnemen
zijzullen wegnemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weggenomen hebben
jijzult weggenomen hebben
hijzal weggenomen hebben
wijzullen weggenomen hebben
julliezullen weggenomen hebben
zijzullen weggenomen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wegnemen
jijzou wegnemen
hijzou wegnemen
wijzouden wegnemen
julliezouden wegnemen
zijzouden wegnemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weggenomen hebben
jijzou weggenomen hebben
hijzou weggenomen hebben
wijzouden weggenomen hebben
julliezouden weggenomen hebben
zijzouden weggenomen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijneem weg

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

verwijderen
weghalen
inpikken
stelen

Sample Sentences

  • [...] echter vond ik iets uit om die te vervangen. Den geheelen zomer hield ik mij voorts bezig met dit mandenmaken en met het planten van mijne tweede rij staken, toen eene andere bezigheid mij meer tijd wegnam, dan ik dacht. (Robinson Crusoe)

Etymology

From weg (“away”) + nemen (“to take”).

Additional Information