weven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of weven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: weven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wevend
Past participle - Verleden deelwoord: geweven

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikweev
jijweevt
hijweevt
wijweven
jullieweven
zijweven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geweven
jijhebt geweven
hijheeft geweven
wijhebben geweven
julliehebben geweven
zijhebben geweven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikweevde
jijweevde
hijweevde
wijweevden
jullieweevden
zijweevden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geweven
jijhad geweven
hijhad geweven
wijhadden geweven
julliehadden geweven
zijhadden geweven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal weven
jijzult weven
hijzal weven
wijzullen weven
julliezullen weven
zijzullen weven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geweven hebben
jijzult geweven hebben
hijzal geweven hebben
wijzullen geweven hebben
julliezullen geweven hebben
zijzullen geweven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou weven
jijzou weven
hijzou weven
wijzouden weven
julliezouden weven
zijzouden weven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geweven hebben
jijzou geweven hebben
hijzou geweven hebben
wijzouden geweven hebben
julliezouden geweven hebben
zijzouden geweven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijweev

Verbs conjugated like 'weven'

aanbraden, afladen, afmalen, beladen, braden, laden, malen, ontladen, vermalen, weven,

Verbs similar to 'weven'

beven, geven, leven, wegen, weren, werven, weten, wezen, zweven, delen,

Translations

  • weave, to form something by passing strands of material over and under one another
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] ik niets, ik bedoel, fijn dun linnen of gaas. Maanden lang wist ik niet wat hieraan te doen; ik had geen ander linnen dan eenige lappen. Ik had wel geitenhaar, maar wist niet hoe dit gesponnen of geweven moest worden, en al had ik het geweten, dan had ik er geen gereedschap toe. Eindelijk echter bedacht ik, dat ik onder de matrozenkleederen, die ik uit het schip gered had, eenige neteldoeksche [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch wēven, from Old Dutch wevan, from Proto-West Germanic *weban, from Proto-Germanic *webaną, from Proto-Indo-European *webʰ-.

    Verbs referencing "weven"

    English weave, English waffle, German, Pennsylvania wewe, German, old spelling weben, Luxembourgish wiewen.

    Additional Information