Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: baten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: batend
Past participle - Verleden deelwoord: gebaat
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'baten'
baden,
banen,
haten,
laten,
aaien,
baaien,
bakken,
barsten,
beven,
bijten,
Translations
avail, to be of use (intransitive)
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- dienen
- helpen
Sample Sentences
-
Bij deze mededeeling werd mijne moeder zeer boos. Zij zeide mij, dat het niet baten zou mijn vader hierover te spreken, want dat deze te wel mijn waar belang kende, om zulke schadelijke ontwerpen te bevorderen; zij begreep niet hoe ik er nog aan durfde denken, na hetgeen mijn vader [...]
(Robinson Crusoe)
-
Na eenigen tijd gevischt en niets gevangen te hebben, want als ik beet had, haalde ik niet op, zeide ik tot den Moor: " zoo gaat het niet; dit zal onzen meester weinig baten, wij moeten dieper in zee gaan. " Hij vermoedde niets kwaads, maar stemde er in toe, en daar hij voor in de boot was, stelde hij de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wal kunnen komen; en mij had het ongeluk niet getroffen van allen troost en alle gezelschap beroofd te zijn, gelijk thans het geval was. Deze gedachte perste mij de tranen uit de oogen, maar deze baatten mij weinig, en ik besloot zoo mogelijk het schip te bereiken. Ik ontkleedde mij, want het was smoor heet, en ging te water; maar toen ik het schip bereikte, wist ik niet hoe ik aan boord zou komen. [...]
(Robinson Crusoe)
-
Nu had ik slechts eene boot noodig, om mij van vele dingen te voorzien, die ik voorzag, dat mij van veel nut zouden zijn. Stil te zitten en te wenschen naar wat ik niet had, baatte mij echter weinig, en de nood scherpte mijn vernuft. Wij hadden verscheidene waarlooze rondhouten, twee of drie marsstengen, en een paar waarlooze marszera's aan boord. Ik besloot deze te gebruiken, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te kort schoot, namelijk gebrek aan volk om te roeijen, als zij klaar was, eene zwarigheid, die voor mij veel moeijelijker te overwinnen was dan al het gebrek aan gereedschappen voor hen; want wat baatte het mij als ik een grooten boom uit het bosch had uitgekipt, dien met veel moeite gekapt, en ik daarna met behulp van mijne werktuigen in staat was, dien van buiten den vorm van een boot te geven, [...]
(Robinson Crusoe)
-
Maar voor mij was datgene alleen van waarde, wat ik gebruiken kon. Ik had genoeg om in mijne behoeften te voorzien, en wat zou mij meer gebaat hebben ? Had ik meer wild geschoten dan ik nuttigen kon, mijn hond of de roofvogels hadden het moeten eten; had ik meer koorn gezaaid dan ik noodig had, het had moeten bederven. De boomen, die ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zoo groot als ik maar optillen kon, aan het strand gevonden, en in de boot geworpen, en ik had eene groote kruik met zoet water, dat is te zeggen een van mijne gebakken potten; maar wat zou mij dit baten als ik in den uitgestrekten Oceaan gedreven werd, waar op misschien duizend mijlen afstands, geene kust, geen vast land of eiland was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] was zoo woest dat ik niet bij hem in den kuil dorst gaan; dat wil zeggen om er hem levend uit te halen, hetgeen eigenlijk mijne bedoeling was. Ik had hem kunnen doodschieten, maar dat zou mij niet gebaat hebben; dus liet ik hem er uit en hij liep weg als of hij dol was; maar ik wist toen niet, hetgeen ik naderhand leerde dat honger zelfs een leeuw kan temmen. Als ik hem daar drie of vier dagen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] alsof hij er van walgde en zou gaan braken, waarna hij met water zijn mond uitwiesch; daarentegen nam ik een stuk vleesch zonder zout, en hield mij alsof ik van het gebrek aan zout walgde, maar het baatte niets, nimmer wilde hij zout bij zijne spijs voegen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] boot, terwijl de anderen aan wal gingen en landwaarts in liepen om hunne makkers te zoeken. Dit was voor ons eene groote teleurstelling, want nu wisten wij niet wat wij doen zouden. Het zou ons niet gebaat hebben de zeven man, die aan land waren, te vatten, zoo wij de overige lieten ontsnappen, die dan zeker naar het schip roeijen zouden en onder zeil gaan, waardoor wij alle hoop zouden verliezen van [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch baten, from Old Dutch *baton, from Proto-West Germanic *batēn, from Proto-Germanic *batāną, from the same root as beter. See: Old Dutch '*baton', Proto-Germanic '
*batāną'.
Verbs referencing "baten"
English
batten, German, old spelling
batten, Danish
batte, Danish
både.
Additional Information