baden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of baden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: baden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: badend
Past participle - Verleden deelwoord: gebaad

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbaad
jijbaadt
hijbaadt
wijbaden
julliebaden
zijbaden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebaad
jijhebt gebaad
hijheeft gebaad
wijhebben gebaad
julliehebben gebaad
zijhebben gebaad

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbaadde
jijbaadde
hijbaadde
wijbaadden
julliebaadden
zijbaadden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebaad
jijhad gebaad
hijhad gebaad
wijhadden gebaad
julliehadden gebaad
zijhadden gebaad

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal baden
jijzult baden
hijzal baden
wijzullen baden
julliezullen baden
zijzullen baden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebaad hebben
jijzult gebaad hebben
hijzal gebaad hebben
wijzullen gebaad hebben
julliezullen gebaad hebben
zijzullen gebaad hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou baden
jijzou baden
hijzou baden
wijzouden baden
julliezouden baden
zijzouden baden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebaad hebben
jijzou gebaad hebben
hijzou gebaad hebben
wijzouden gebaad hebben
julliezouden gebaad hebben
zijzouden gebaad hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbaad

Verbs conjugated like 'baden'

baden, doden, schaden, smaden,

Verbs similar to 'baden'

banen, baten, braden, laden, raden, aaien, baaien, bakken, beladen, beven,

Translations

  • bathe, to clean oneself with water
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    drijven
    zwelgen, zwemmen

    Sample Sentences

    • Ben je gebaad? (Did you take a shower?)

    Etymology

    From Middle Dutch bāden, from Old Dutch bathon, from Proto-West Germanic *baþōn, from Proto-Germanic *baþōną. By surface analysis, bad + -en. See: Old Dutch 'bathon', Proto-Germanic '*baþōną'.

    Verbs referencing "baden"

    English bathe.

    Additional Information