kloven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kloven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kloven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klovend
Past participle - Verleden deelwoord: gekloofd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkloof
jijklooft
hijklooft
wijkloven
julliekloven
zijkloven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekloofd
jijhebt gekloofd
hijheeft gekloofd
wijhebben gekloofd
julliehebben gekloofd
zijhebben gekloofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkloofde
jijkloofde
hijkloofde
wijkloofden
julliekloofden
zijkloofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekloofd
jijhad gekloofd
hijhad gekloofd
wijhadden gekloofd
julliehadden gekloofd
zijhadden gekloofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kloven
jijzult kloven
hijzal kloven
wijzullen kloven
julliezullen kloven
zijzullen kloven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekloofd hebben
jijzult gekloofd hebben
hijzal gekloofd hebben
wijzullen gekloofd hebben
julliezullen gekloofd hebben
zijzullen gekloofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kloven
jijzou kloven
hijzou kloven
wijzouden kloven
julliezouden kloven
zijzouden kloven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekloofd hebben
jijzou gekloofd hebben
hijzou gekloofd hebben
wijzouden gekloofd hebben
julliezouden gekloofd hebben
zijzouden gekloofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkloof

Verbs conjugated like 'kloven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'kloven'

kleven, kloken, loven, beloven, blozen, doven, geloven, kerven, kijven, klagen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch cloven, causative form of Middle Dutch clieven, from Old Dutch *clievan, from Proto-Germanic *kleubaną. Akin to English cleave. See: Middle Dutch 'clieven', Proto-Germanic '*kleubaną', English 'cleave'.

Verbs referencing "kloven"

Low Saxon klöven.

Additional Information