beroven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beroven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beroven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: berovend
Past participle - Verleden deelwoord: beroofd

Cognates

See the 5 cognates of beroven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikberoof
jijberooft
hijberooft
wijberoven
jullieberoven
zijberoven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beroofd
jijhebt beroofd
hijheeft beroofd
wijhebben beroofd
julliehebben beroofd
zijhebben beroofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikberoofde
jijberoofde
hijberoofde
wijberoofden
jullieberoofden
zijberoofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beroofd
jijhad beroofd
hijhad beroofd
wijhadden beroofd
julliehadden beroofd
zijhadden beroofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beroven
jijzult beroven
hijzal beroven
wijzullen beroven
julliezullen beroven
zijzullen beroven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beroofd hebben
jijzult beroofd hebben
hijzal beroofd hebben
wijzullen beroofd hebben
julliezullen beroofd hebben
zijzullen beroofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beroven
jijzou beroven
hijzou beroven
wijzouden beroven
julliezouden beroven
zijzouden beroven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beroofd hebben
jijzou beroofd hebben
hijzou beroofd hebben
wijzouden beroofd hebben
julliezouden beroofd hebben
zijzouden beroofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijberoof

Verbs conjugated like 'beroven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Translations

  • bereave, To take away someone or something important or close
  • heist, to steal, rob or hold up something
  • mug, to assault for the purpose of robbery
  • rob, to steal from, using violence
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bestelen
    leeghalen, plunderen
    afnemen
    onthouden, ontnemen, ontzeggen

    Sample Sentences

    • [...] allen aan boord gebleven waren, wij gered zouden geweest zijn; althans hadden wij allen behouden aan den wal kunnen komen; en mij had het ongeluk niet getroffen van allen troost en alle gezelschap beroofd te zijn, gelijk thans het geval was. Deze gedachte perste mij de tranen uit de oogen, maar deze baatten mij weinig, en ik besloot zoo mogelijk het schip te bereiken. Ik ontkleedde mij, want het was [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] door de zon en zeer goede rozijnen geworden waren. Ik begon ze dus af te nemen en te goeder ure, want de regen zou ze anders spoedig bedorven en mij van het beste deel van mijn wintervoorraad beroofd hebben; want ik had meer dan tweehonderd trossen, die ik naauwelijks had afgenomen of het begon te regenen, en van den 14 Augustus tot het midden van October, had ik elken dag meer of minder regen; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dat ik van al de onbewoonde plaatsen op de wereld, geene plaats kon bedenken, waar ik gunstiger omstandigheden had kunnen aantreffen. Ik was aan den eenen kant van alle menschelijk gezelschap beroofd, hetgeen mij eene groote droefheid was, maar aan den anderen kant werd mijn leven niet bedreigd door verscheurende dieren; er waren geene venijnige dieren of giftige planten, geene wilden om mij te [...] (Robinson Crusoe)
    • Welke dwaze denkbeelden boezemt de vrees ons in ! Hij berooft ons van het gebruik dier middelen, die ons verstand ons leert. Het eerste, wat ik bedacht, was, al mijne heiningen omver te werpen, mijn tamme vee in het bosch te jagen, opdat de vijand het niet [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het strand op eene halve (Eng. ) mijl van mij af, hetgeen zeer gelukkig was, want anders zouden zij als het ware voor mijne deur geland, en mij spoedig uit mijn kasteel gejaagd, en welligt van alles beroofd hebben wat ik had. (Robinson Crusoe)
    • Na eene poos gesproken te hebben verhaalde de kapitein mij, dat hij eenige ververschingen, die hij aan boord had, en waarvan de schelmen, die er eenigen tijd meester van waren geweest, hem niet beroofd hadden, voor mij had medegebragt. Daarna riep hij het bootsvolk toe, dat zij de presenten voor den Gouverneur aan den wal zouden brengen; en inderdaad waren het geschenken, die voor een Gouverneur [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch berôven, from Old Dutch *birōvon, from Proto-Germanic *biraubōną; equivalent to be- + roven. See: Old Dutch '*birōvon', Proto-Germanic '*biraubōną'.

    Verbs referencing "beroven"

    English bereave, Afrikaans beroof, German, old spelling berauben, Swedish beröva, Danish berøve.

    Additional Information