Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: genezen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: genezend
Past participle - Verleden deelwoord: genezen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | genees |
| jij | geneest |
| hij | geneest |
| wij | genezen |
| jullie | genezen |
| zij | genezen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb genezen |
| jij | hebt genezen |
| hij | heeft genezen |
| wij | hebben genezen |
| jullie | hebben genezen |
| zij | hebben genezen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | genas |
| jij | genas |
| hij | genas |
| wij | genazen |
| jullie | genazen |
| zij | genazen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had genezen |
| jij | had genezen |
| hij | had genezen |
| wij | hadden genezen |
| jullie | hadden genezen |
| zij | hadden genezen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal genezen |
| jij | zult genezen |
| hij | zal genezen |
| wij | zullen genezen |
| jullie | zullen genezen |
| zij | zullen genezen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal genezen hebben |
| jij | zult genezen hebben |
| hij | zal genezen hebben |
| wij | zullen genezen hebben |
| jullie | zullen genezen hebben |
| zij | zullen genezen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou genezen |
| jij | zou genezen |
| hij | zou genezen |
| wij | zouden genezen |
| jullie | zouden genezen |
| zij | zouden genezen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou genezen hebben |
| jij | zou genezen hebben |
| hij | zou genezen hebben |
| wij | zouden genezen hebben |
| jullie | zouden genezen hebben |
| zij | zouden genezen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'genezen'
generen,
genieten,
geselen,
grenzen,
meneren,
afnemen,
agenderen,
bedelen,
begeren,
begeven,
Translations
cure, to restore to health
cure, to bring (a disease) to an end
heal, make better
recover, intransitive: to get better, regain health
Sample Sentences
-
NB. Ik droeg zooveel zorg voor haar, dat zij in leven bleef, en de poot genas en werd zoo goed als te voren. Door haar zoo lang op te passen werd zij tam, en leefde van het weinige gras voor mijne deur, en wilde niet weder weg. Dit deed mij voor het eerst denken eenige tamme [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geschikt zijn, en dat van al wat wij bijeenschrapen, om anderen te geven, wij zoo veel genieten als wij gebruiken kunnen en meer niet. De schraapzuchtigste vrek der wereld zou van zijne gierigheid genezen zijn geworden, als hij in mijn toestand ware geweest, want ik bezat oneindig meer dan ik wist te gebruiken. Ik had niets te verlangen, dan eenige beuzelingen, die ik niet bezat, maar die mij van [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dan dat het mij niet toegelaten was te doen, hetgeen ik thans als niet minder dan moedwilligen doodslag beschouwde, en ik dankte God op mijne knieën, dat Hij mij aldus van mijn bloeddorst had genezen; smeekte om zijne bescherming, dat ik niet in hunne handen mogt vallen, of de hand aan hen slaan, ten ware de Hemel mij dit duidelijk en ter verdediging van mijn eigen leven aanwees.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch genesen, from Old Dutch *ginesan, from Proto-Germanic *ganesaną, in which the Proto-Germanic *ga- prefix indicates completeness (perfectivity), and the Proto-Indo-European *nes- (“to return home”) recovery. The now-obsolete verb generen (“to provide for oneself”) is also derived from this root, as is nering. See: Proto-Germanic '
*ganesaną'.
Additional Information