vergunnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergunnen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergunnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergunnend
Past participle - Verleden deelwoord: vergund

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergun
jijvergunt
hijvergunt
wijvergunnen
jullievergunnen
zijvergunnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergund
jijhebt vergund
hijheeft vergund
wijhebben vergund
julliehebben vergund
zijhebben vergund

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergunde
jijvergunde
hijvergunde
wijvergunden
jullievergunden
zijvergunden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergund
jijhad vergund
hijhad vergund
wijhadden vergund
julliehadden vergund
zijhadden vergund

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergunnen
jijzult vergunnen
hijzal vergunnen
wijzullen vergunnen
julliezullen vergunnen
zijzullen vergunnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergund hebben
jijzult vergund hebben
hijzal vergund hebben
wijzullen vergund hebben
julliezullen vergund hebben
zijzullen vergund hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergunnen
jijzou vergunnen
hijzou vergunnen
wijzouden vergunnen
julliezouden vergunnen
zijzouden vergunnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergund hebben
jijzou vergund hebben
hijzou vergund hebben
wijzouden vergund hebben
julliezouden vergund hebben
zijzouden vergund hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergun

Translations

  • allow, to permit
  • authorize, to permit
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    lijden
    dulden, gedogen, toelaten, toestaan
    permitteren
    toestaan, veroorloven
    veroorloven
    toestaan

    Sample Sentences

    Etymology

    From ver- + gunnen.

    Additional Information