gunnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gunnen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gunnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gunnend
Past participle - Verleden deelwoord: gegund

Cognates

See the 3 cognates of gunnen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgun
jijgunt
hijgunt
wijgunnen
julliegunnen
zijgunnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegund
jijhebt gegund
hijheeft gegund
wijhebben gegund
julliehebben gegund
zijhebben gegund

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgunde
jijgunde
hijgunde
wijgunden
julliegunden
zijgunden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegund
jijhad gegund
hijhad gegund
wijhadden gegund
julliehadden gegund
zijhadden gegund

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gunnen
jijzult gunnen
hijzal gunnen
wijzullen gunnen
julliezullen gunnen
zijzullen gunnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegund hebben
jijzult gegund hebben
hijzal gegund hebben
wijzullen gegund hebben
julliezullen gegund hebben
zijzullen gegund hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gunnen
jijzou gunnen
hijzou gunnen
wijzouden gunnen
julliezouden gunnen
zijzouden gunnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegund hebben
jijzou gegund hebben
hijzou gegund hebben
wijzouden gegund hebben
julliezouden gegund hebben
zijzouden gegund hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgun

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

schenken
toestaan, verlenen

Sample Sentences

  • [...] vond ik de timmermanskist, dat inderdaad een belangrijke vond voor mij was, en toen van meer waarde voor mij dan eene scheepslading goud. Ik bragt die geheel op mijn vlot, zonder mij den tijd te gunnen van na te zien wat er in was, want dit wist ik over het geheel wel. (Robinson Crusoe)
  • [...] en laaghartigst gedragen had, kwam met nog twee van het volk naar hen toe. De kapitein werd woedend, toen hij den voornaamsten aanlegger zoo digt onder zijn bereik zag, dat hij zich naauwelijks tijd gunde om hem zoo digt te laten naderen, dat hij zeker van hem was, want hij had nog alleen zijne stem gehoord; maar toen zij naderkwamen sprongen de kapitein en Vrijdag op de been en gaven vuur op hen. De [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

1. From Middle Dutch gunnen, from Old Dutch *giunnan, from Proto-Germanic *gaunnaną, a prefixed form of *unnaną.
2. Cognate with German gönnen. See: German, old spelling 'gönnen'.

Verbs referencing "gunnen"

German, old spelling gönnen, Luxembourgish gënnen, Old English geunnan, Old Saxon giunnan.

Additional Information