Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: toestaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toestaand
Past participle - Verleden deelwoord: toegestaan
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | sta toe |
| jij | staat toe |
| hij | staat toe |
| wij | staan toe |
| jullie | staan toe |
| zij | staan toe |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb toegestaan |
| jij | hebt toegestaan |
| hij | heeft toegestaan |
| wij | hebben toegestaan |
| jullie | hebben toegestaan |
| zij | hebben toegestaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | stond toe |
| jij | stond toe |
| hij | stond toe |
| wij | stonden toe |
| jullie | stonden toe |
| zij | stonden toe |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had toegestaan |
| jij | had toegestaan |
| hij | had toegestaan |
| wij | hadden toegestaan |
| jullie | hadden toegestaan |
| zij | hadden toegestaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal toestaan |
| jij | zult toestaan |
| hij | zal toestaan |
| wij | zullen toestaan |
| jullie | zullen toestaan |
| zij | zullen toestaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal toegestaan hebben |
| jij | zult toegestaan hebben |
| hij | zal toegestaan hebben |
| wij | zullen toegestaan hebben |
| jullie | zullen toegestaan hebben |
| zij | zullen toegestaan hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou toestaan |
| jij | zou toestaan |
| hij | zou toestaan |
| wij | zouden toestaan |
| jullie | zouden toestaan |
| zij | zouden toestaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou toegestaan hebben |
| jij | zou toegestaan hebben |
| hij | zou toegestaan hebben |
| wij | zouden toegestaan hebben |
| jullie | zouden toegestaan hebben |
| zij | zouden toegestaan hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'toestaan'
aanstaan,
achterstaan,
afstaan,
bestaan,
bijstaan,
doorstaan,
gelijkstaan,
instaan,
ontstaan,
openstaan,
opstaan,
staan,
stilstaan,
terechtstaan,
toestaan,
uitstaan,
vaststaan,
verstaan,
vrijstaan,
weerstaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'toestaan'
bestaan,
opstaan,
toegaan,
aanstaan,
afstaan,
beslaan,
bijstaan,
doorstaan,
hoesten,
instaan,
Translations
admit, to allow (one) to enter on an office or to enjoy a privilege
admit, to be capable of, to permit
allow, to grant, give, admit, accord, afford, or yield; to let one have
condone, to allow
let, to allow
permit, allow (something) to happen
Sample Sentences
-
Het was eene onuitsprekelijke vreugde voor mij, gelijk iedereen wel zal willen gelooven, dat ik mij uit een zoo jammerlijken en schier hopeloozen toestand, waarin ik mij bevonden had, gelijk ik begreep, gered zag. Oogenblikkelijk bood ik den kapitein van het schip alles aan wat ik bezat, tot vergelding van mijne bevrijding; maar hij gaf mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] om, om heen te gaan, en wenkte hem door teekens mij te volgen. Hij gaf mij echter te kennen, dat hij de lijken eerst in het zand wilde begraven, opdat de anderen ze niet zouden vinden, hetgeen ik toestond. In een oogenblik had hij met zijne handen een gat gegraven, groot genoeg om den eerste te bevatten, dien hij er ook dadelijk insleepte en overdekte, gelijk daarop ook den tweede; ik geloof dat hij [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From toe (“up to, at”) + staan (“to stand”).
Additional Information