toestaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toestaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toestaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toestaand
Past participle - Verleden deelwoord: toegestaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksta toe
jijstaat toe
hijstaat toe
wijstaan toe
julliestaan toe
zijstaan toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegestaan
jijhebt toegestaan
hijheeft toegestaan
wijhebben toegestaan
julliehebben toegestaan
zijhebben toegestaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstond toe
jijstond toe
hijstond toe
wijstonden toe
julliestonden toe
zijstonden toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegestaan
jijhad toegestaan
hijhad toegestaan
wijhadden toegestaan
julliehadden toegestaan
zijhadden toegestaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toestaan
jijzult toestaan
hijzal toestaan
wijzullen toestaan
julliezullen toestaan
zijzullen toestaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegestaan hebben
jijzult toegestaan hebben
hijzal toegestaan hebben
wijzullen toegestaan hebben
julliezullen toegestaan hebben
zijzullen toegestaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toestaan
jijzou toestaan
hijzou toestaan
wijzouden toestaan
julliezouden toestaan
zijzouden toestaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegestaan hebben
jijzou toegestaan hebben
hijzou toegestaan hebben
wijzouden toegestaan hebben
julliezouden toegestaan hebben
zijzouden toegestaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsta toe

Translations

  • admit, to allow (one) to enter on an office or to enjoy a privilege
  • admit, to be capable of, to permit
  • allow, to grant, give, admit, accord, afford, or yield; to let one have
  • condone, to allow
  • let, to allow
  • permit, allow (something) to happen
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    goedkeuren
    instemmen, inwilligen
    schenken
    verlenen

    Antonyms

    goedkeuren
    verwerpen

    Sample Sentences

    • Het was eene onuitsprekelijke vreugde voor mij, gelijk iedereen wel zal willen gelooven, dat ik mij uit een zoo jammerlijken en schier hopeloozen toestand, waarin ik mij bevonden had, gelijk ik begreep, gered zag. Oogenblikkelijk bood ik den kapitein van het schip alles aan wat ik bezat, tot vergelding van mijne bevrijding; maar hij gaf mij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] om, om heen te gaan, en wenkte hem door teekens mij te volgen. Hij gaf mij echter te kennen, dat hij de lijken eerst in het zand wilde begraven, opdat de anderen ze niet zouden vinden, hetgeen ik toestond. In een oogenblik had hij met zijne handen een gat gegraven, groot genoeg om den eerste te bevatten, dien hij er ook dadelijk insleepte en overdekte, gelijk daarop ook den tweede; ik geloof dat hij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From toe (“up to, at”) + staan (“to stand”).

    Additional Information