Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verbannen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verbannend
Past participle - Verleden deelwoord: verbannen
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verban |
| jij | verbant |
| hij | verbant |
| wij | verbannen |
| jullie | verbannen |
| zij | verbannen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verbannen |
| jij | hebt verbannen |
| hij | heeft verbannen |
| wij | hebben verbannen |
| jullie | hebben verbannen |
| zij | hebben verbannen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verbande |
| jij | verbande |
| hij | verbande |
| wij | verbanden |
| jullie | verbanden |
| zij | verbanden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verbannen |
| jij | had verbannen |
| hij | had verbannen |
| wij | hadden verbannen |
| jullie | hadden verbannen |
| zij | hadden verbannen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verbannen |
| jij | zult verbannen |
| hij | zal verbannen |
| wij | zullen verbannen |
| jullie | zullen verbannen |
| zij | zullen verbannen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verbannen hebben |
| jij | zult verbannen hebben |
| hij | zal verbannen hebben |
| wij | zullen verbannen hebben |
| jullie | zullen verbannen hebben |
| zij | zullen verbannen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verbannen |
| jij | zou verbannen |
| hij | zou verbannen |
| wij | zouden verbannen |
| jullie | zouden verbannen |
| zij | zouden verbannen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verbannen hebben |
| jij | zou verbannen hebben |
| hij | zou verbannen hebben |
| wij | zouden verbannen hebben |
| jullie | zouden verbannen hebben |
| zij | zouden verbannen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'verbannen'
verbazen,
verbinden,
verbranden,
vergunnen,
verlangen,
vervangen,
verwennen,
verzinnen,
erkennen,
herkennen,
Translations
abandon, to cast out, expel, reject
banish, banish
banish, to send someone away and forbid that person from returning
exile, to send into exile
expatriate, banish
ostracize, to ban a person from a city for five or ten years by the procedure of ostracism
ostracize, to exclude a person from a community or from society by not communicating with them or by refusing to acknowledge their presence
oust, to expel; to remove
proscribe, banish or exclude
relegate, to exile
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- verdrijven
- verjagen
Sample Sentences
-
Aldus verbande de vrees al dat vertrouwen op God, dat gegrond was op de vele bewijzen zijner goedheid jegens mij; als of Hij, die mij tot hiertoe zoo wonderdadig gespijsd had, niet door zijne magt, ook den mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wij morgen haten; heden zoeken wij wat wij morgen zullen ontvlugten. Dit bleek thans ten duidelijkste aan mij. Mijne eenigste droefenis was, dat ik, als het ware, van alle menschelijke gezelschap verbannen was, ik die alleen en van het geheele menschdom door den grenzenloozen Oceaan gescheiden, tot een als het ware zwijgend leven veroordeeld, die als onwaardig geacht was, om onder de levenden gerekend [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch verbannen, from Old Dutch *firbannan, from Proto-West Germanic *frabannan. Equivalent to ver- + bannen. Compare German verbannen and English forban. See: German, old spelling '
verbannen', English '
forban'.
Verbs referencing "verbannen"
German, old spelling
verbannen, English
forban.
Additional Information