gedogen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gedogen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gedogen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gedogend
Past participle - Verleden deelwoord: gedoogd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgedoog
jijgedoogt
hijgedoogt
wijgedogen
julliegedogen
zijgedogen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedoogd
jijhebt gedoogd
hijheeft gedoogd
wijhebben gedoogd
julliehebben gedoogd
zijhebben gedoogd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgedoogde
jijgedoogde
hijgedoogde
wijgedoogden
julliegedoogden
zijgedoogden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedoogd
jijhad gedoogd
hijhad gedoogd
wijhadden gedoogd
julliehadden gedoogd
zijhadden gedoogd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gedogen
jijzult gedogen
hijzal gedogen
wijzullen gedogen
julliezullen gedogen
zijzullen gedogen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedoogd hebben
jijzult gedoogd hebben
hijzal gedoogd hebben
wijzullen gedoogd hebben
julliezullen gedoogd hebben
zijzullen gedoogd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gedogen
jijzou gedogen
hijzou gedogen
wijzouden gedogen
julliezouden gedogen
zijzouden gedogen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedoogd hebben
jijzou gedoogd hebben
hijzou gedoogd hebben
wijzouden gedoogd hebben
julliezouden gedoogd hebben
zijzouden gedoogd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgedoog

Translations

  • condone, to forgive
  • countenance, tolerate, support, sanction
  • pardon, to forgive
  • tolerate, To allow (something that one dislikes or disagrees with)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    accepteren
    dulden, goedkeuren, toestaan

    Antonyms

    accepteren
    afwijzen, afkeuren, afslaan, afstemmen, afwimpelen, verwerpen, weigeren

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch gedogen, from Old Dutch *gedōgen, from Proto-Germanic *gadaugijaną. Equivalent to ge- + dogen.

    Additional Information