veroorloven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of veroorloven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: veroorloven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: veroorlovend
Past participle - Verleden deelwoord: veroorloofd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikveroorloof
jijveroorlooft
hijveroorlooft
wijveroorloven
jullieveroorloven
zijveroorloven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb veroorloofd
jijhebt veroorloofd
hijheeft veroorloofd
wijhebben veroorloofd
julliehebben veroorloofd
zijhebben veroorloofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikveroorloofde
jijveroorloofde
hijveroorloofde
wijveroorloofden
jullieveroorloofden
zijveroorloofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad veroorloofd
jijhad veroorloofd
hijhad veroorloofd
wijhadden veroorloofd
julliehadden veroorloofd
zijhadden veroorloofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal veroorloven
jijzult veroorloven
hijzal veroorloven
wijzullen veroorloven
julliezullen veroorloven
zijzullen veroorloven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal veroorloofd hebben
jijzult veroorloofd hebben
hijzal veroorloofd hebben
wijzullen veroorloofd hebben
julliezullen veroorloofd hebben
zijzullen veroorloofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou veroorloven
jijzou veroorloven
hijzou veroorloven
wijzouden veroorloven
julliezouden veroorloven
zijzouden veroorloven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou veroorloofd hebben
jijzou veroorloofd hebben
hijzou veroorloofd hebben
wijzouden veroorloofd hebben
julliezouden veroorloofd hebben
zijzouden veroorloofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijveroorloof

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

toestaan
vergunnen

Sample Sentences

  • [...] was, en ieder korrel bewarende, besloot ik die op nieuw te zaaijen, in de hoop van met der tijd genoeg te bekomen, om mij brood te verschaffen. Het was echter eerst in het vierde jaar, dat ik mij veroorloofde iets van het graan te eten, en dit nog zeer spaarzaam, gelijk men later vernemen zal. Behalve dit graan waren er twintig of dertig rijsthalmen opgeschoten, die ik even zorgvuldig en met hetzelfde [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From ver- + oorloven.

Additional Information