Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: krimpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: krimpend
Past participle - Verleden deelwoord: gekrompen
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | krimp |
| jij | krimpt |
| hij | krimpt |
| wij | krimpen |
| jullie | krimpen |
| zij | krimpen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben gekrompen |
| jij | bent gekrompen |
| hij | is gekrompen |
| wij | zijn gekrompen |
| jullie | zijn gekrompen |
| zij | zijn gekrompen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | kromp |
| jij | kromp |
| hij | kromp |
| wij | krompen |
| jullie | krompen |
| zij | krompen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was gekrompen |
| jij | was gekrompen |
| hij | was gekrompen |
| wij | waren gekrompen |
| jullie | waren gekrompen |
| zij | waren gekrompen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal krimpen |
| jij | zult krimpen |
| hij | zal krimpen |
| wij | zullen krimpen |
| jullie | zullen krimpen |
| zij | zullen krimpen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gekrompen zijn |
| jij | zult gekrompen zijn |
| hij | zal gekrompen zijn |
| wij | zullen gekrompen zijn |
| jullie | zullen gekrompen zijn |
| zij | zullen gekrompen zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou krimpen |
| jij | zou krimpen |
| hij | zou krimpen |
| wij | zouden krimpen |
| jullie | zouden krimpen |
| zij | zouden krimpen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gekrompen zijn |
| jij | zou gekrompen zijn |
| hij | zou gekrompen zijn |
| wij | zouden gekrompen zijn |
| jullie | zouden gekrompen zijn |
| zij | zouden gekrompen zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'krimpen'
aanbinden,
aandringen,
aandrinken,
aaneenbinden,
aaneenklinken,
aanklinken,
aanwinden,
afbinden,
afdingen,
afdringen,
afdrinken,
afdwingen,
afspringen,
bedwingen,
bevinden,
binden,
blinken,
dingen,
dringen,
drinken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'krimpen'
grijpen,
kampen,
klimmen,
knijpen,
knippen,
krielen,
krijgen,
krijsen,
krijten,
krikken,
Translations
compress, to be pressed together
dwindle, (intransitive) to decrease, shrink, vanish
shrink, intransitive: to contract, to become smaller
shrink, transitive: to cause something to shrink
Sample Sentences
-
[...] donderslag gevolgd, gelijk natuurlijk is. Ik was niet zoo zeer ontsteld van den bliksem, als van het denkbeeld, dat even snel als de bliksem mij voor den geest kwam: " mijn buskruid ! " Mijn hart kromp ineen, als ik bedacht, dat een bliksemstraal al mijn kruid kon vernielen, waarvan naar ik dacht, niet alleen mijne veiligheid, maar ook mijn onderhoud geheel afhing. Ik was volstrekt niet bekommerd [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] anderen nam, en zoo trokken wij naar de plaats, waar de wilden geweest waren, want ik wilde thans iets meer van hen weten. Toen wij daar kwamen, verstijfde mij het bloed in de aderen, en mijn hart kromp ineen bij het akelig schouwspel, dat zich opdeed. Het was waarlijk een vreesselijk schouwspel, althans voor mij, want Vrijdag trok het zich volstrekt niet aan. De plek was bezaaid met [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch crimpen, from Old Dutch *crimpan, from Proto-Germanic *krimpaną. See: Middle Dutch '
crimpen', Proto-Germanic '
*krimpaną'.
Verbs referencing "krimpen"
English
crimp.
Additional Information