Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: grijpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grijpend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrepen
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | grijp |
| jij | grijpt |
| hij | grijpt |
| wij | grijpen |
| jullie | grijpen |
| zij | grijpen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gegrepen |
| jij | hebt gegrepen |
| hij | heeft gegrepen |
| wij | hebben gegrepen |
| jullie | hebben gegrepen |
| zij | hebben gegrepen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | greep |
| jij | greep |
| hij | greep |
| wij | grepen |
| jullie | grepen |
| zij | grepen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gegrepen |
| jij | had gegrepen |
| hij | had gegrepen |
| wij | hadden gegrepen |
| jullie | hadden gegrepen |
| zij | hadden gegrepen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal grijpen |
| jij | zult grijpen |
| hij | zal grijpen |
| wij | zullen grijpen |
| jullie | zullen grijpen |
| zij | zullen grijpen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gegrepen hebben |
| jij | zult gegrepen hebben |
| hij | zal gegrepen hebben |
| wij | zullen gegrepen hebben |
| jullie | zullen gegrepen hebben |
| zij | zullen gegrepen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou grijpen |
| jij | zou grijpen |
| hij | zou grijpen |
| wij | zouden grijpen |
| jullie | zouden grijpen |
| zij | zouden grijpen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gegrepen hebben |
| jij | zou gegrepen hebben |
| hij | zou gegrepen hebben |
| wij | zouden gegrepen hebben |
| jullie | zouden gegrepen hebben |
| zij | zouden gegrepen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'grijpen'
aaneenrijgen,
aanglijden,
aankijken,
aanrijden,
aanrijgen,
aanschrijden,
aansnijden,
aanstijgen,
aanstrijken,
achternarijden,
achteromkijken,
achteruitrijden,
afkijken,
afkrijgen,
afrijden,
afrijgen,
afsnijden,
afstijgen,
afwijken,
begrijpen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'grijpen'
rijpen,
begrijpen,
drijven,
glijden,
knijpen,
krijgen,
krijsen,
krijten,
krimpen,
nijpen,
Translations
arrest, to catch the attention of
avail, to turn to the advantage of
bite, to take hold
catch, to seize an opportunity
collar, to seize, capture or detain
grab, to make a sudden grasping or clutching motion (at something)
grapple, to seize and hold firmly
grasp, to grip
grip, to take hold
pluck, to pull something sharply; to pull something out
pounce, To eagerly seize an opportunity
seize, grab
seize, take advantage
Sample Sentences
-
[...] de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee loopen, en draaide toen bij als om te visschen. Ik gaf daarop den jongen het roer, liep naar voren, bukte als om iets op te rapen, greep den Moor onverhoeds bij den gordel, en wierp hem over boord. Hij kwam bijkans op hetzelfde oogenblik boven, want hij zwom als een visch, en smeekte mij hem op te nemen, terwijl hij zwoer mij overal [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te bereiken. Ik ontkleedde mij, want het was smoor heet, en ging te water; maar toen ik het schip bereikte, wist ik niet hoe ik aan boord zou komen. Het lag hoog en droog, en ik zag niets dat ik grijpen kon. Twee maal zwom ik er omheen, en de derde maal ontdekte ik een dun touw, dat over de fokkerusten hing, zoo laag, dat ik het met moeite kon bereiken, en met behulp er van op het voorschip komen. [...]
(Robinson Crusoe)
-
Tusschen hen en mijn kasteel lag de kreek, waarvan ik vroeger gesproken heb, en in welke ik mijne ladingen uit het schip aan land bragt, en ik wist, dat hij deze overzwemmen moest, anders zou hij gegrepen worden. Toen de wilde echter deze kreek bereikte, sprong hij er dadelijk in, hoewel het hoog water was, en zwom naar de overzijde, waar hij met verbazende snelheid weder aan het loopen ging. Toen de [...]
(Robinson Crusoe)
-
Oogenblikkelijk steeg ik de ladders af, en greep mijne beide geweren, die aan den voet derzelve lagen, en even haastig den heuvel weder opklimmende, begaf ik mij naar het strand, en stelde mij aldus tusschen de vervolgers en den vervolgde, welken [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hem derhalve op een ochtend mede naar het bosch, met oogmerk een geitje uit mijne kudde naar huis te brengen en te slagten, maar onder weg zag ik eene geit met twee jongen in de schaduw liggen. Ik greep Vrijdag bij den arm. " Sta stil, " zeide ik, en wees hem, dat hij zou blijven staan. Daarop legde ik mijn geweer aan, en schoot een der geitjes. De arme knaap, die mij een zijner vijanden op een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] tevoorschijn. Twee wolven vlogen op den gids aan, en zoo hij een half kwartier verder vooruit was geweest, zouden zij hem verslonden hebben, voor wij hem te hulp hadden kunnen schieten. Een hunner greep het paard, en de andere den man zoo onstuimig aan, dat hij geen tijd of geen tegenwoordigheid van geest genoeg had om zijn pistool uit te halen, maar allergeweldigst om hulp riep. Vrijdag was juist [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] waren er genoeg om ons reden tot vrees te geven. Toen echter Vrijdag den eenen wolf had doodgeschoten, liet de ander dadelijk het paard los, en nam de vlugt. Gelukkig had hij het bij den kop gegrepen en het gebit in zijn bek gepakt, zoo dat hij het paard weinig kwaad had gedaan. De gids had meer geleden; want hij was tweemaal door het beest gebeten, eens in den arm en eens in de dij, en hij [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch gripen, from Old Dutch grīpan, from Proto-West Germanic *grīpan, from Proto-Germanic *grīpaną, from Proto-Indo-European *gʰreyb- (“to grasp, grab”). See: Middle Dutch '
gripen', Proto-Germanic '
*grīpaną'.
Verbs referencing "grijpen"
English
gripe, Norwegian
gripe, Swedish
gripa, Afrikaans
gryp, Danish
gribe, Luxembourgish
gräifen.
Additional Information