grijpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of grijpen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: grijpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grijpend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrepen

Cognates

See the 7 cognates of grijpen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgrijp
jijgrijpt
hijgrijpt
wijgrijpen
julliegrijpen
zijgrijpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegrepen
jijhebt gegrepen
hijheeft gegrepen
wijhebben gegrepen
julliehebben gegrepen
zijhebben gegrepen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgreep
jijgreep
hijgreep
wijgrepen
julliegrepen
zijgrepen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegrepen
jijhad gegrepen
hijhad gegrepen
wijhadden gegrepen
julliehadden gegrepen
zijhadden gegrepen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal grijpen
jijzult grijpen
hijzal grijpen
wijzullen grijpen
julliezullen grijpen
zijzullen grijpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegrepen hebben
jijzult gegrepen hebben
hijzal gegrepen hebben
wijzullen gegrepen hebben
julliezullen gegrepen hebben
zijzullen gegrepen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou grijpen
jijzou grijpen
hijzou grijpen
wijzouden grijpen
julliezouden grijpen
zijzouden grijpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegrepen hebben
jijzou gegrepen hebben
hijzou gegrepen hebben
wijzouden gegrepen hebben
julliezouden gegrepen hebben
zijzouden gegrepen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgrijp

Translations

  • arrest, to catch the attention of
  • avail, to turn to the advantage of
  • bite, to take hold
  • catch, to seize an opportunity
  • collar, to seize, capture or detain
  • grab, to make a sudden grasping or clutching motion (at something)
  • grapple, to seize and hold firmly
  • grasp, to grip
  • grip, to take hold
  • pluck, to pull something sharply; to pull something out
  • pounce, To eagerly seize an opportunity
  • seize, grab
  • seize, take advantage
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beetpakken
    vatten
    aanrijden
    meesleuren, raken, scheppen
    graaien
    tasten, woelen

    Sample Sentences

    • [...] de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee loopen, en draaide toen bij als om te visschen. Ik gaf daarop den jongen het roer, liep naar voren, bukte als om iets op te rapen, greep den Moor onverhoeds bij den gordel, en wierp hem over boord. Hij kwam bijkans op hetzelfde oogenblik boven, want hij zwom als een visch, en smeekte mij hem op te nemen, terwijl hij zwoer mij overal [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te bereiken. Ik ontkleedde mij, want het was smoor heet, en ging te water; maar toen ik het schip bereikte, wist ik niet hoe ik aan boord zou komen. Het lag hoog en droog, en ik zag niets dat ik grijpen kon. Twee maal zwom ik er omheen, en de derde maal ontdekte ik een dun touw, dat over de fokkerusten hing, zoo laag, dat ik het met moeite kon bereiken, en met behulp er van op het voorschip komen. [...] (Robinson Crusoe)
    • Tusschen hen en mijn kasteel lag de kreek, waarvan ik vroeger gesproken heb, en in welke ik mijne ladingen uit het schip aan land bragt, en ik wist, dat hij deze overzwemmen moest, anders zou hij gegrepen worden. Toen de wilde echter deze kreek bereikte, sprong hij er dadelijk in, hoewel het hoog water was, en zwom naar de overzijde, waar hij met verbazende snelheid weder aan het loopen ging. Toen de [...] (Robinson Crusoe)
    • Oogenblikkelijk steeg ik de ladders af, en greep mijne beide geweren, die aan den voet derzelve lagen, en even haastig den heuvel weder opklimmende, begaf ik mij naar het strand, en stelde mij aldus tusschen de vervolgers en den vervolgde, welken [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hem derhalve op een ochtend mede naar het bosch, met oogmerk een geitje uit mijne kudde naar huis te brengen en te slagten, maar onder weg zag ik eene geit met twee jongen in de schaduw liggen. Ik greep Vrijdag bij den arm. " Sta stil, " zeide ik, en wees hem, dat hij zou blijven staan. Daarop legde ik mijn geweer aan, en schoot een der geitjes. De arme knaap, die mij een zijner vijanden op een [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] tevoorschijn. Twee wolven vlogen op den gids aan, en zoo hij een half kwartier verder vooruit was geweest, zouden zij hem verslonden hebben, voor wij hem te hulp hadden kunnen schieten. Een hunner greep het paard, en de andere den man zoo onstuimig aan, dat hij geen tijd of geen tegenwoordigheid van geest genoeg had om zijn pistool uit te halen, maar allergeweldigst om hulp riep. Vrijdag was juist [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] waren er genoeg om ons reden tot vrees te geven. Toen echter Vrijdag den eenen wolf had doodgeschoten, liet de ander dadelijk het paard los, en nam de vlugt. Gelukkig had hij het bij den kop gegrepen en het gebit in zijn bek gepakt, zoo dat hij het paard weinig kwaad had gedaan. De gids had meer geleden; want hij was tweemaal door het beest gebeten, eens in den arm en eens in de dij, en hij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch gripen, from Old Dutch grīpan, from Proto-West Germanic *grīpan, from Proto-Germanic *grīpaną, from Proto-Indo-European *gʰreyb- (“to grasp, grab”). See: Middle Dutch 'gripen', Proto-Germanic '*grīpaną'.

    Verbs referencing "grijpen"

    English gripe, Norwegian gripe, Swedish gripa, Afrikaans gryp, Danish gribe, Luxembourgish gräifen.

    Additional Information