samentrekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of samentrekken

The word "samentrekken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: samentrekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: samentrekkend
Past participle - Verleden deelwoord: samengetrekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktrek samen
jijtrekt samen
hijtrekt samen
wijtrekken samen
jullietrekken samen
zijtrekken samen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb samengetrekt
jijhebt samengetrekt
hijheeft samengetrekt
wijhebben samengetrekt
julliehebben samengetrekt
zijhebben samengetrekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktrekte samen
jijtrekte samen
hijtrekte samen
wijtrekten samen
jullietrekten samen
zijtrekten samen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad samengetrekt
jijhad samengetrekt
hijhad samengetrekt
wijhadden samengetrekt
julliehadden samengetrekt
zijhadden samengetrekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal samentrekken
jijzult samentrekken
hijzal samentrekken
wijzullen samentrekken
julliezullen samentrekken
zijzullen samentrekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal samengetrekt hebben
jijzult samengetrekt hebben
hijzal samengetrekt hebben
wijzullen samengetrekt hebben
julliezullen samengetrekt hebben
zijzullen samengetrekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou samentrekken
jijzou samentrekken
hijzou samentrekken
wijzouden samentrekken
julliezouden samentrekken
zijzouden samentrekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou samengetrekt hebben
jijzou samengetrekt hebben
hijzou samengetrekt hebben
wijzouden samengetrekt hebben
julliezouden samengetrekt hebben
zijzouden samengetrekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtrek samen

Verbs similar to 'samentrekken'

Translations

  • flex, to tighten one's muscles
  • wince, to flinch as if in pain
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From samen (“together”) + trekken (“pull”), analogous to Latin con- (“together”) + trahere (“draw”) = contract.

    Additional Information