verzakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verzakken

The word "verzakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verzakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzakkend
Past participle - Verleden deelwoord: verzakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverzak
jijverzakt
hijverzakt
wijverzakken
jullieverzakken
zijverzakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verzakt
jijhebt verzakt
hijheeft verzakt
wijhebben verzakt
julliehebben verzakt
zijhebben verzakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverzakte
jijverzakte
hijverzakte
wijverzakten
jullieverzakten
zijverzakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verzakt
jijhad verzakt
hijhad verzakt
wijhadden verzakt
julliehadden verzakt
zijhadden verzakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verzakken
jijzult verzakken
hijzal verzakken
wijzullen verzakken
julliezullen verzakken
zijzullen verzakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verzakt hebben
jijzult verzakt hebben
hijzal verzakt hebben
wijzullen verzakt hebben
julliezullen verzakt hebben
zijzullen verzakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verzakken
jijzou verzakken
hijzou verzakken
wijzouden verzakken
julliezouden verzakken
zijzouden verzakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verzakt hebben
jijzou verzakt hebben
hijzou verzakt hebben
wijzouden verzakt hebben
julliezouden verzakt hebben
zijzouden verzakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverzak

Verbs similar to 'verzakken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information