koeioneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of koeioneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: koeioneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: koeionerend
Past participle - Verleden deelwoord: gekoeioneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkoeioneer
jijkoeioneert
hijkoeioneert
wijkoeioneren
julliekoeioneren
zijkoeioneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekoeioneerd
jijhebt gekoeioneerd
hijheeft gekoeioneerd
wijhebben gekoeioneerd
julliehebben gekoeioneerd
zijhebben gekoeioneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkoeioneerde
jijkoeioneerde
hijkoeioneerde
wijkoeioneerden
julliekoeioneerden
zijkoeioneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekoeioneerd
jijhad gekoeioneerd
hijhad gekoeioneerd
wijhadden gekoeioneerd
julliehadden gekoeioneerd
zijhadden gekoeioneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal koeioneren
jijzult koeioneren
hijzal koeioneren
wijzullen koeioneren
julliezullen koeioneren
zijzullen koeioneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekoeioneerd hebben
jijzult gekoeioneerd hebben
hijzal gekoeioneerd hebben
wijzullen gekoeioneerd hebben
julliezullen gekoeioneerd hebben
zijzullen gekoeioneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou koeioneren
jijzou koeioneren
hijzou koeioneren
wijzouden koeioneren
julliezouden koeioneren
zijzouden koeioneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekoeioneerd hebben
jijzou gekoeioneerd hebben
hijzou gekoeioneerd hebben
wijzouden gekoeioneerd hebben
julliezouden gekoeioneerd hebben
zijzouden gekoeioneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkoeioneer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

commanderen
bevelen, gebieden

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French coionner or couillonner (“to cheat, dupe, rip off”). Cognate to German kujonieren. See: French 'coionner', German, old spelling 'kujonieren'.

Verbs referencing "koeioneren"

Swedish kujonera.

Additional Information