vergroten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergroten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergroten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergrotend
Past participle - Verleden deelwoord: vergroot

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergroot
jijvergroot
hijvergroot
wijvergroten
jullievergroten
zijvergroten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergroot
jijhebt vergroot
hijheeft vergroot
wijhebben vergroot
julliehebben vergroot
zijhebben vergroot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergrootte
jijvergrootte
hijvergrootte
wijvergrootten
jullievergrootten
zijvergrootten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergroot
jijhad vergroot
hijhad vergroot
wijhadden vergroot
julliehadden vergroot
zijhadden vergroot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergroten
jijzult vergroten
hijzal vergroten
wijzullen vergroten
julliezullen vergroten
zijzullen vergroten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergroot hebben
jijzult vergroot hebben
hijzal vergroot hebben
wijzullen vergroot hebben
julliezullen vergroot hebben
zijzullen vergroot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergroten
jijzou vergroten
hijzou vergroten
wijzouden vergroten
julliezouden vergroten
zijzouden vergroten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergroot hebben
jijzou vergroot hebben
hijzou vergroot hebben
wijzouden vergroot hebben
julliezouden vergroot hebben
zijzouden vergroot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergroot

Translations

  • augment, to increase, make larger or supplement
  • augment, to slow the tempo or meter
  • augment, to increase an interval by a half step
  • enhance, augment or make something greater
  • enlarge, make larger
  • expand, (transitive) to change from a smaller form/size to a larger one
  • expand, (transitive) to increase the extent, number, volume or scope of
  • increase, make larger
  • magnify, to make larger
  • reinforce, to strengthen by addition
  • spread, (intransitive) to take up a larger area, expand
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overdrijven
    aandikken, kleuren, opkloppen, opschroeven, opsmukken
    rekken
    oprekken, uitrekken, verlengen
    uitbreiden
    uitbouwen, vermeerderen
    uitleggen
    uitbreiden, verlengen
    vermeerderen
    uitbreiden

    Antonyms

    overdrijven
    minimaliseren, bagatelliseren, kleineren

    Sample Sentences

    • [...] bepaald te hebben, achtte ik het volstrekt noodzakelijk eene plaats te hebben waar, en brandhout waarmede ik stoken kon. Ik zal op zijne plaats verhalen, hoe ik dit alles deed, en hoe ik mijn kelder vergrootte, maar ik moet eenig verslag van mijzelven en van mijne denkbeelden over mijne verdere levenswijze, die inderdaad niet weinig waren, geven. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From groot + ver- -en.

    Additional Information