verlopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verlopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verlopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlopend
Past participle - Verleden deelwoord: verlopen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverloop
jijverloopt
hijverloopt
wijverlopen
jullieverlopen
zijverlopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verlopen
jijhebt verlopen
hijheeft verlopen
wijhebben verlopen
julliehebben verlopen
zijhebben verlopen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverliep
jijverliep
hijverliep
wijverliepen
jullieverliepen
zijverliepen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verlopen
jijhad verlopen
hijhad verlopen
wijhadden verlopen
julliehadden verlopen
zijhadden verlopen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verlopen
jijzult verlopen
hijzal verlopen
wijzullen verlopen
julliezullen verlopen
zijzullen verlopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verlopen hebben
jijzult verlopen hebben
hijzal verlopen hebben
wijzullen verlopen hebben
julliezullen verlopen hebben
zijzullen verlopen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verlopen
jijzou verlopen
hijzou verlopen
wijzouden verlopen
julliezouden verlopen
zijzouden verlopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verlopen hebben
jijzou verlopen hebben
hijzou verlopen hebben
wijzouden verlopen hebben
julliezouden verlopen hebben
zijzouden verlopen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverloop

Translations

  • expire, become invalid
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verstrijken
    voorbijgaan
    aflopen
    vervallen

    Sample Sentences

    • [...] zoeken, hetwelk mij gewoonlijk drie uren elken morgen bezig hield, als het niet regende. Eindelijk het afhalen en braden van hetgeen ik geschoten of gevangen had, waarmede een groot deel van den dag verliep. Ook moet men bedenken, dat het op het midden van den dag te warm was om uit te gaan, zoodat ik slechts tegen vier ure na den middag kon werken; somtijds ook werkte ik des morgens, en ging tegen den [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] twee pistolen in mijn gordel met mijne sabel zonder scheede, en begaf mij zoo spoedig ik kon naar den heuvel, waar ik het eerste spoor van hen gezien had. Zoodra ik daar kwam, waarmede twee uren verliepen (want ik kon zoo met wapenen beladen, niet hard voort ) bespeurde ik, dat er daar nog drie kanoes met wilden geweest waren, en verder op ziende, bemerkte ik, dat zij allen in zee waren gestoken en [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch verlôpen. Equivalent to ver- + lopen.

    Verbs referencing "verlopen"

    German, old spelling verlaufen.

    Additional Information