verdrieten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verdrieten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verdrieten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdrietend
Past participle - Verleden deelwoord: verdroten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverdriet
jijverdriet
hijverdriet
wijverdrieten
jullieverdrieten
zijverdrieten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verdroten
jijhebt verdroten
hijheeft verdroten
wijhebben verdroten
julliehebben verdroten
zijhebben verdroten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverdroot
jijverdroot
hijverdroot
wijverdroten
jullieverdroten
zijverdroten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verdroten
jijhad verdroten
hijhad verdroten
wijhadden verdroten
julliehadden verdroten
zijhadden verdroten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verdrieten
jijzult verdrieten
hijzal verdrieten
wijzullen verdrieten
julliezullen verdrieten
zijzullen verdrieten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verdroten hebben
jijzult verdroten hebben
hijzal verdroten hebben
wijzullen verdroten hebben
julliezullen verdroten hebben
zijzullen verdroten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verdrieten
jijzou verdrieten
hijzou verdrieten
wijzouden verdrieten
julliezouden verdrieten
zijzouden verdrieten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verdroten hebben
jijzou verdroten hebben
hijzou verdroten hebben
wijzouden verdroten hebben
julliezouden verdroten hebben
zijzouden verdroten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverdriet

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] zamelde; en ik onderzocht deze zaken thans met meer lust dan ooit te voren. Het zij dus deze arme wilde mij genoegen of gevaren zou aanbrengen, altijd had ik groote reden tot dankbaarheid. Mijn verdriet werd thans ligter, mijne woning was mij genoeglijker, en als ik bedacht, dat ik in dit eenzaam leven, waartoe ik veroordeeld was, niet alleen zelf naar den hemel had leeren opzien, en nadenken door [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] toen hij terug kwam loopen, over mijn buitensten wal vloog als iemand, die den grond onder zijne voeten niet voelt, en voor ik den tijd had hem toe te spreken, riep hij: " O meester, meester ! o verdriet ! o kwaad ! " — " Wat is het, Vrijdag ? " zeide ik.—"O, ginder, " zeide hij, " ginder een, twee, drie kanoes, een, twee, drie kanoes ! " Uit zijne wijs van zich uit te drukken maakte ik op, dat er [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch verdrieten, from Old Dutch farthrietan. Equivalent to ver- + drieten.

Verbs referencing "verdrieten"

English threat, German, old spelling verdrießen, Old English þreotan, Old English aþreotan.

Additional Information