opsmukken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opsmukken

The word "opsmukken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opsmukken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opsmukkend
Past participle - Verleden deelwoord: opgesmukt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksmuk op
jijsmukt op
hijsmukt op
wijsmukken op
julliesmukken op
zijsmukken op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgesmukt
jijhebt opgesmukt
hijheeft opgesmukt
wijhebben opgesmukt
julliehebben opgesmukt
zijhebben opgesmukt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksmukte op
jijsmukte op
hijsmukte op
wijsmukten op
julliesmukten op
zijsmukten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgesmukt
jijhad opgesmukt
hijhad opgesmukt
wijhadden opgesmukt
julliehadden opgesmukt
zijhadden opgesmukt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opsmukken
jijzult opsmukken
hijzal opsmukken
wijzullen opsmukken
julliezullen opsmukken
zijzullen opsmukken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgesmukt hebben
jijzult opgesmukt hebben
hijzal opgesmukt hebben
wijzullen opgesmukt hebben
julliezullen opgesmukt hebben
zijzullen opgesmukt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opsmukken
jijzou opsmukken
hijzou opsmukken
wijzouden opsmukken
julliezouden opsmukken
zijzouden opsmukken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgesmukt hebben
jijzou opgesmukt hebben
hijzou opgesmukt hebben
wijzouden opgesmukt hebben
julliezouden opgesmukt hebben
zijzouden opgesmukt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsmuk op

Verbs similar to 'opsmukken'

Translations

  • decorate, to furnish with decorations
  • gild, to adorn
  • heighten, to augment, aggravate, intensify
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information