kleuren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kleuren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kleuren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kleurend
Past participle - Verleden deelwoord: gekleurd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkleur
jijkleurt
hijkleurt
wijkleuren
julliekleuren
zijkleuren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekleurd
jijhebt gekleurd
hijheeft gekleurd
wijhebben gekleurd
julliehebben gekleurd
zijhebben gekleurd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkleurde
jijkleurde
hijkleurde
wijkleurden
julliekleurden
zijkleurden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekleurd
jijhad gekleurd
hijhad gekleurd
wijhadden gekleurd
julliehadden gekleurd
zijhadden gekleurd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kleuren
jijzult kleuren
hijzal kleuren
wijzullen kleuren
julliezullen kleuren
zijzullen kleuren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekleurd hebben
jijzult gekleurd hebben
hijzal gekleurd hebben
wijzullen gekleurd hebben
julliezullen gekleurd hebben
zijzullen gekleurd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kleuren
jijzou kleuren
hijzou kleuren
wijzouden kleuren
julliezouden kleuren
zijzouden kleuren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekleurd hebben
jijzou gekleurd hebben
hijzou gekleurd hebben
wijzouden gekleurd hebben
julliezouden gekleurd hebben
zijzouden gekleurd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkleur

Translations

  • darken, to make dark(er) in colour
  • pigment, add color or pigment
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    schilderen
    verven

    Sample Sentences

    • [...] goed digt gemaakt, dat het water er niet had kunnen bijkomen, en nog twee, die bedorven waren, bovendien vond ik eenige zeer goede hemden, die mij zeer aangenaam waren, en anderhalf dozijn witte en gekleurde zakdoeken, die mij zeer goed te pas kwamen, om op een warmen dag mijn zweet af te droogen. Bovendien vond ik onder in de kist drie groote zakken, te zamen ongeveer elfhonderd stukken van achten [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From earlier koleuren. By surface analysis, kleur + -en.

    Verbs referencing "kleuren"

    Afrikaans kleur.

    Additional Information