ontspannen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontspannen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontspannen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontspannend
Past participle - Verleden deelwoord: ontspannen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontspan
jijontspant
hijontspant
wijontspannen
jullieontspannen
zijontspannen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontspannen
jijhebt ontspannen
hijheeft ontspannen
wijhebben ontspannen
julliehebben ontspannen
zijhebben ontspannen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontspande
jijontspande
hijontspande
wijontspanden
jullieontspanden
zijontspanden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontspannen
jijhad ontspannen
hijhad ontspannen
wijhadden ontspannen
julliehadden ontspannen
zijhadden ontspannen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontspannen
jijzult ontspannen
hijzal ontspannen
wijzullen ontspannen
julliezullen ontspannen
zijzullen ontspannen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontspannen hebben
jijzult ontspannen hebben
hijzal ontspannen hebben
wijzullen ontspannen hebben
julliezullen ontspannen hebben
zijzullen ontspannen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontspannen
jijzou ontspannen
hijzou ontspannen
wijzouden ontspannen
julliezouden ontspannen
zijzouden ontspannen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontspannen hebben
jijzou ontspannen hebben
hijzou ontspannen hebben
wijzouden ontspannen hebben
julliezouden ontspannen hebben
zijzouden ontspannen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontspan

Verbs conjugated like 'ontspannen'

inspannen, ontspannen, spannen, verbannen,

Translations

  • relax, to make something less severe or tense
  • relax, to make something (such as codes and regulations) more lenient
  • relax, to relieve (something) from stress
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    losmaken
    verslappen
    verpozen
    verstrooien, vertreden, verzetten

    Antonyms

    losmaken
    vastmaken, bevestigen, verbinden

    Sample Sentences

    • Muziek is een ideaal middel om je te ontspannen. (Music is the perfect way to relax.)
    • In een heet bad kon ze eindelijk ontspannen (In a hot bath she could finally relax)
    • Ga maar even liggen en probeer al je spieren helemaal to ontspannen. (Lie down and try to untense all your muscles.)

    Etymology

    From ont- + spannen.

    Additional Information