verbranden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verbranden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verbranden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verbrandend
Past participle - Verleden deelwoord: verbrand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverbrand
jijverbrandt
hijverbrandt
wijverbranden
jullieverbranden
zijverbranden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verbrand
jijhebt verbrand
hijheeft verbrand
wijhebben verbrand
julliehebben verbrand
zijhebben verbrand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverbrandde
jijverbrandde
hijverbrandde
wijverbrandden
jullieverbrandden
zijverbrandden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verbrand
jijhad verbrand
hijhad verbrand
wijhadden verbrand
julliehadden verbrand
zijhadden verbrand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verbranden
jijzult verbranden
hijzal verbranden
wijzullen verbranden
julliezullen verbranden
zijzullen verbranden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verbrand hebben
jijzult verbrand hebben
hijzal verbrand hebben
wijzullen verbrand hebben
julliezullen verbrand hebben
zijzullen verbrand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verbranden
jijzou verbranden
hijzou verbranden
wijzouden verbranden
julliezouden verbranden
zijzouden verbranden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verbrand hebben
jijzou verbrand hebben
hijzou verbrand hebben
wijzouden verbrand hebben
julliezouden verbrand hebben
zijzouden verbrand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverbrand

Translations

  • incinerate, destroy by burning
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    blakeren
    schroeien, zengen
    aanbranden
    verkolen

    Sample Sentences

    • Ik deed Vrijdag al de overblijfselen van hun gruwelijk feestmaal bijeenzamelen, op een hoop leggen, er een groot vuur rondom maken, en liet alles tot asch verbranden. Ik bemerkte, dat Vrijdag grooten trek naar het vleesch had, en van aard nog een menscheneter was, maar ik liet bij den minsten schijn daarvan zoo veel afschuw blijken, dat hij het niet durfde te [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ver- + branden.

    Additional Information