spannen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spannen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spannen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spannend
Past participle - Verleden deelwoord: gespannen

Cognates

See the 3 cognates of spannen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspan
jijspant
hijspant
wijspannen
julliespannen
zijspannen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gespannen
jijhebt gespannen
hijheeft gespannen
wijhebben gespannen
julliehebben gespannen
zijhebben gespannen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspande
jijspande
hijspande
wijspanden
julliespanden
zijspanden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gespannen
jijhad gespannen
hijhad gespannen
wijhadden gespannen
julliehadden gespannen
zijhadden gespannen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spannen
jijzult spannen
hijzal spannen
wijzullen spannen
julliezullen spannen
zijzullen spannen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gespannen hebben
jijzult gespannen hebben
hijzal gespannen hebben
wijzullen gespannen hebben
julliezullen gespannen hebben
zijzullen gespannen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spannen
jijzou spannen
hijzou spannen
wijzouden spannen
julliezouden spannen
zijzouden spannen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gespannen hebben
jijzou gespannen hebben
hijzou gespannen hebben
wijzouden gespannen hebben
julliezouden gespannen hebben
zijzouden gespannen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspan

Verbs conjugated like 'spannen'

inspannen, ontspannen, spannen, verbannen,

Verbs similar to 'spannen'

spinnen, inspannen, sparen, afpanden, banen, branden, danken, dansen, glanzen, gunnen,

Translations

  • tense, make tense
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aantrekken
    uitrekken

    Sample Sentences

    • [...] klomp was van wel vijftig pond aan boord, om kaarsen van te maken, met een pak garen, eene bijl, een zaag, en een hamer, ' t geen ons alles naderhand voortreffelijk te pas kwam, vooral het was. Ik spande mijn makker nog een strik, naar hij argeloos in liep. " Muley, " zeide ik, " de geweren van onzen meester zijn aan boord; zoo gij wat kruid en lood verschaffen kondt, zouden wij misschien voor ons [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] besloot ik hem te villen. Xury en ik gingen aan het werk, maar Xury verstond zich veel beter op dit werk dan ik. Wij waren er den geheelen dag mede bezig; maar eindelijk waren wij er mede gereed en spanden de huid over de tent van onze boot; de zon droogde haar in twee dagen, en naderhand diende zij mij om op te liggen. (Robinson Crusoe)
    • [...] natuurkundigen mogen mijnenthalve het verklaren; ik kan slechts mededeelen wat er gebeurde, en hoe ik zelf mij er over verbaasde. Ongetwijfeld was dit de uitwerking van mijn vurigen wensch, en mijne gespannen verbeelding over het genoegen, dat de verkeering met een mijner mede-christenen mij zou opgeleverd hebben. Doch dit mogt zoo niet zijn; hun lot of het mijne was anders besloten; want tot het laatste [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] om daar, in stede van God, en als God aangebeden te worden; en over zijne vele listen, om den mensch in het verderf te storten; hoe hij tot onze ziel toegang kreeg door onze hartstogten strikken te spannen, waardoor wij ons zelven in verzoeking bragten, en vrijwillig ons eigen verderf te gemoet gingen. (Robinson Crusoe)
    • Om hier te helpen, spande ik mijne hersens in, en toen Vrijdag roepende, zeide ik hem hen te verzoeken op het strand te blijven zitten. Spoedig had ik daarop eene soort van draagbaar gemaakt en Vrijdag en ik droegen hen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch spannen, from Old Dutch *spannan, from Proto-Germanic *spannaną. See: Middle Dutch 'spannen', Proto-Germanic '*spannaną'.

    Verbs referencing "spannen"

    English span, Sranan span, Luxembourgish spanen.

    Additional Information