zweven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zweven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zweven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zwevend
Past participle - Verleden deelwoord: gezweefd

Cognates

See the 2 cognates of zweven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzweef
jijzweeft
hijzweeft
wijzweven
julliezweven
zijzweven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezweefd
jijhebt gezweefd
hijheeft gezweefd
wijhebben gezweefd
julliehebben gezweefd
zijhebben gezweefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzweefde
jijzweefde
hijzweefde
wijzweefden
julliezweefden
zijzweefden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezweefd
jijhad gezweefd
hijhad gezweefd
wijhadden gezweefd
julliehadden gezweefd
zijhadden gezweefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zweven
jijzult zweven
hijzal zweven
wijzullen zweven
julliezullen zweven
zijzullen zweven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezweefd hebben
jijzult gezweefd hebben
hijzal gezweefd hebben
wijzullen gezweefd hebben
julliezullen gezweefd hebben
zijzullen gezweefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zweven
jijzou zweven
hijzou zweven
wijzouden zweven
julliezouden zweven
zijzouden zweven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezweefd hebben
jijzou gezweefd hebben
hijzou gezweefd hebben
wijzouden gezweefd hebben
julliezouden gezweefd hebben
zijzouden gezweefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzweef

Verbs conjugated like 'zweven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'zweven'

weven, zwelen, zweren, zwerven, zweten, beven, dieven, geven, hoeven, kleven,

Translations

  • float, to drift gently through the air
  • glide, To fly unpowered, as of an aircraft
  • hang, to float as if suspended
  • soar, to fly aloft with little effort
  • waft, to float easily and gently on the air
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    drijven
    glijden, hangen
    schommelen
    balanceren, aarzelen, weifelen

    Sample Sentences

    • [...] als die gekomen waren, tenzij hun aantal bovenmate groot was, gingen wij zoo dikwijls wij er den tijd toe hadden, het geheele eiland door; en daar nu onze bevrijding ons steeds voor den geest zweefde, was het ons, althans mij, onmogelijk niet telkens de middelen daartoe te overdenken. Te dien einde merkte ik verscheidene boomen, die ik voor ons werk geschikt achtte, en zette Vrijdag en zijn [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch swēven, from Old Dutch sweven, from Proto-Germanic *swibāną. See: Proto-Germanic '*swibāną'.

    Verbs referencing "zweven"

    Luxembourgish schwiewen.

    Additional Information