varen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of varen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: varen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: varend
Past participle - Verleden deelwoord: gevaren

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvaar
jijvaart
hijvaart
wijvaren
jullievaren
zijvaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevaren
jijhebt gevaren
hijheeft gevaren
wijhebben gevaren
julliehebben gevaren
zijhebben gevaren

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvoer
jijvoer
hijvoer
wijvoeren
jullievoeren
zijvoeren

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevaren
jijhad gevaren
hijhad gevaren
wijhadden gevaren
julliehadden gevaren
zijhadden gevaren

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal varen
jijzult varen
hijzal varen
wijzullen varen
julliezullen varen
zijzullen varen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevaren hebben
jijzult gevaren hebben
hijzal gevaren hebben
wijzullen gevaren hebben
julliezullen gevaren hebben
zijzullen gevaren hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou varen
jijzou varen
hijzou varen
wijzouden varen
julliezouden varen
zijzouden varen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevaren hebben
jijzou gevaren hebben
hijzou gevaren hebben
wijzouden gevaren hebben
julliezouden gevaren hebben
zijzouden gevaren hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvaar

Translations

  • boat, travel by boat
  • cruise, to sail about
  • fare, to travel
  • navigate, travel over water
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    kanoën
    navigeren, roeien, zeilen

    Sample Sentences

    • [...] familie, die daar echter niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den koophandel eene tamelijke fortuin verworven te hebben, liet hij dien varen en ging te York wonen, waar hij met mijne moeder trouwde, die tot eene deftige oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zooveel onderrigt verschaft als hij kon, zoowel door zijne lessen te huis als door mij op eene school te laten gaan. Hij had mij tot een regtsgeleerde bestemd, maar ik dacht alleen aan ter zee te varen; en deze neiging maakte mij zoo doof voor de wenschen, zelfs voor de bevelen mijns vaders, en al het smeeken en afraden mijner moeder en mijner bloedverwanten, dat het scheen alsof hierin een zeker [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] of acht dagen. Verscheidene groote schepen van New-Castle bleven daar om dezelfde reden als wij liggen. De wind, die eerst stevig, en vervolgens allerhevigst was, verhinderde ons den Teems op te varen; (Robinson Crusoe)
    • [...] bijaldien ik na een zoo lang tijdverloop, de denkbeelden, die mij toen bezig hielden, mij nog kan te binnen brengen, dunkt mij, dat mijn vorig berouw en de verstoktheid, waarmede ik dit had laten varen, mij tienmaal meer kwelling veroorzaakten, dan het naderen van den dood; deze denkbeelden, gevoegd bij het woeden van den storm, bragten mij in een toestand, die niet door woorden kan beschreven [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en onverstandig de mensch, bijzonder de jeugd, is, namelijk, dat zij meer schaamte over het berouw dan over hare misstappen gevoelt, en dat zij niet over hare dwaasheden bloost, maar wel zoo zij die varen laat. (Robinson Crusoe)
    • [...] weg ik zou inslaan. Ik gevoelde grooten weerzin in naar huis terug te keeren, en naar gelang het geheugen mijner tegenspoeden verflaauwde, vermeerderde deze, tot ik eindelijk alle denkbeeld daaraan varen liet, en ik aan boord ging van een schip, dat naar de Afrikaansche, of gelijk men gewoonlijk zegt, naar de Goudkust, bestemd was. (Robinson Crusoe)
    • [...] om alles er uit te halen wat mij van nut kon zijn; en dat er inderdaad weinig in overgebleven was, wat ik nog aan wal had kunnen brengen, als ik er den tijd toe gehad had. Ik liet nu alle gedachten varen aan het schip en wat er in was, behalve aan hetgeen nog van het wrak op de kust mogt aanspoelen, gelijk inderdaad met verscheidene stukken het geval was, die echter voor mij van weinig nut waren. (Robinson Crusoe)
    • [...] der Voorzienigheid erkende; welke ik thans begon te erkennen en te gelooven, dat alles ten beste schikte. Hiermede stelde ik mij tevreden, en het alle vruchtelooze wenschen, dat ik daar wezen mogt, varen. (Robinson Crusoe)
    • Maar toen ik dit gedaan had, kon ik haar evenmin verwrikken, of er onder komen, laat staan haar te water brengen; dus moest ik dit opgeven; schoon ik echter alle hoop op de boot varen liet, groeide mijne begeerte, om naar het vaste land over te steken, steeds aan, naar gelang de middelen daartoe onmogelijker schenen. (Robinson Crusoe)
    • [...] zijde geweest, en mijne op dien togt gemaakte ontdekkingen maakten mij zeer verlangend ook de andere deelen der kust te zien, en nu ik eene boot had, maalde het denkbeeld van het eiland rond te varen, mij den geheelen dag door het hoofd. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vāren (“to go, travel”), from Old Dutch faran, from Proto-West Germanic *faran, from Proto-Germanic *faraną. The restriction to “travel by water” comes (expectably) from the western dialects; the more general sense survives in the east, but is no longer part of standard Dutch. See: Proto-Germanic '*faraną'.

    Verbs referencing "varen"

    English fare, German, old spelling fahren, Luxembourgish fueren, Alemannic German faare, Hunsrik faare, German, Pennsylvania faahre.

    Additional Information

    Spelevaren is regelmatig