Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: streven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: strevend
Past participle - Verleden deelwoord: gestreefd
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | streef |
| jij | streeft |
| hij | streeft |
| wij | streven |
| jullie | streven |
| zij | streven |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gestreefd |
| jij | hebt gestreefd |
| hij | heeft gestreefd |
| wij | hebben gestreefd |
| jullie | hebben gestreefd |
| zij | hebben gestreefd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | streefde |
| jij | streefde |
| hij | streefde |
| wij | streefden |
| jullie | streefden |
| zij | streefden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gestreefd |
| jij | had gestreefd |
| hij | had gestreefd |
| wij | hadden gestreefd |
| jullie | hadden gestreefd |
| zij | hadden gestreefd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal streven |
| jij | zult streven |
| hij | zal streven |
| wij | zullen streven |
| jullie | zullen streven |
| zij | zullen streven |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gestreefd hebben |
| jij | zult gestreefd hebben |
| hij | zal gestreefd hebben |
| wij | zullen gestreefd hebben |
| jullie | zullen gestreefd hebben |
| zij | zullen gestreefd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou streven |
| jij | zou streven |
| hij | zou streven |
| wij | zouden streven |
| jullie | zouden streven |
| zij | zouden streven |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gestreefd hebben |
| jij | zou gestreefd hebben |
| hij | zou gestreefd hebben |
| wij | zouden gestreefd hebben |
| jullie | zouden gestreefd hebben |
| zij | zouden gestreefd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'streven'
aandraven,
aaneenkleven,
aanschaven,
afroven,
afschaven,
afsloven,
beleven,
beloven,
beroven,
beschaven,
beven,
dichtreven,
doven,
draven,
geloven,
kleven,
kloven,
laven,
leven,
loven, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'streven'
strelen,
spreken,
staven,
steken,
stelen,
sterven,
stijven,
stoelen,
stoven,
strekken,
Translations
Sample Sentences
-
1847, Christoph von Schmid, "Levensschets van Duitsche vrouwen uit de christelijke oudheid", in De werken van den kanunnik C. von Schmid, naar de laatste, oorspronkelijke, Hoogduitsche uitgave, vol. 13, tr. by J. J. van der Linde, publ. by J. & H. van Langenhuysen, page 11.
-
Vele vorsten streefden naar den troon, doch Hendrik behoorde niet tot de mededingers; hij kon zich niet verbeelden, dat hij tot de keizerlijke waardigheid zou opklimmen; want hij en keizer Konradus hadden niet in goede verstandhouding geleefd. ((please add an English translation of this quotation))
-
Zie den man van zaken; hij koopt, verkoopt, berekent, telt voor- en nadeel op, spekuleert over marktprijzen en geldbelegging, ziet zijne kantoorboeken na, is met zijn geheele hart in zijne zaak, — die man streeft om rijk te worden. [1866, “Een ernstig woord”, in E. Gerdes, editor, Het christelijk zondagsblad voor het Nederlandsche volk, volume IX & X, page 307:]
-
2003, Anke van Hal & Jacques Vink, Trends. Over de relatie duurzaam bouwen en de bouwtrends van de toekomst, Aeneas (publ.), page 16.
-
Streven naar leefbaarheid is streven naar duurzaamheid, stellen sommigen dan ook. ((please add an English translation of this quotation))
-
Hij leverde weliswaar stevige kritiek op zowel katholieken als gereformeerden, maar hij beweerde dat hem hiertoe niet alleen rechtvaardigheid en waarheidszin hadden gedreven, zoals dat een geschiedschrijver betaamt, maar ook dat hij in deze onpartijdigheid expliciet streefde 'tot rust en vrede van 't Gemeen' (fol. (***D)IV. [2011, Eddy Verbaan, De woonplaats van de faam. Grondslagen van de stadsbeschrijving in de zeventiende-eeuwse Republiek, Uitgeverij Verloren, page 277:]
-
Wij streven om de staat omver te werpen. (We strive to overthrow the state.)
-
Ze streefde naar meer autonomie op haar werk. (She strived for more autonomy at her job.)
Etymology
From Middle Dutch strēven, from Old Dutch *strivon, from Proto-Germanic *stribōną. See: Old Dutch '*strivon'.
Verbs referencing "streven"
Norwegian
streve.
Additional Information