mikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mikkend
Past participle - Verleden deelwoord: gemikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmik
jijmikt
hijmikt
wijmikken
julliemikken
zijmikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemikt
jijhebt gemikt
hijheeft gemikt
wijhebben gemikt
julliehebben gemikt
zijhebben gemikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmikte
jijmikte
hijmikte
wijmikten
julliemikten
zijmikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemikt
jijhad gemikt
hijhad gemikt
wijhadden gemikt
julliehadden gemikt
zijhadden gemikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mikken
jijzult mikken
hijzal mikken
wijzullen mikken
julliezullen mikken
zijzullen mikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemikt hebben
jijzult gemikt hebben
hijzal gemikt hebben
wijzullen gemikt hebben
julliezullen gemikt hebben
zijzullen gemikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mikken
jijzou mikken
hijzou mikken
wijzouden mikken
julliezouden mikken
zijzouden mikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemikt hebben
jijzou gemikt hebben
hijzou gemikt hebben
wijzouden gemikt hebben
julliezouden gemikt hebben
zijzouden gemikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmik

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanleggen
richten
ambiëren
streven
gooien
smijten

Sample Sentences

  • [...] ik hem, dat hij stil zou zijn, en nam mijn grootste geweer, en laadde het met twee kogels en eene goede lading kruid; even zoo het tweede, en op het derde geweer deed ik vijf kleinere kogels. Ik mikte zoo goed ik kon met het eerste, om hem in den kop te treffen; maar daar hij op zijn buik lag, met zijne voorpooten voor zijn muil, trof ik een van deze op de hoogte van de knie. Brullende sprong hij [...] (Robinson Crusoe)
  • Vrijdag had veel beter gemikt dan ik, aan den kant waar bij heenschoot had hij twee man gedood en drie gekwetst, en ik had aan mijne zijde een gedood en twee gekwetst. De wilden geraakten in vreesselijke opschudding, gelijk men [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] borstwering, als waren zij zeker van hunnen buit. Het schijnt, dat zij vooral woedend werden door onze paarden achter ons te zien. Ik gelastte, dat men om den anderen man weder zou vuren, en ieder mikte zoo goed, dat bij de eerste losbranding verscheidene wolven sneuvelden, maar wij moesten aanhoudend doorvuren, want de achtersten dreven de voorsten aanhoudend als ware duivels vooruit. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch micken, from Old Dutch *mikken, from Proto-Germanic *mikjaną.

Additional Information