spreken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spreken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spreken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sprekend
Past participle - Verleden deelwoord: gesproken

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspreek
jijspreekt
hijspreekt
wijspreken
julliespreken
zijspreken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesproken
jijhebt gesproken
hijheeft gesproken
wijhebben gesproken
julliehebben gesproken
zijhebben gesproken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksprak
jijsprak
hijsprak
wijspraken
julliespraken
zijspraken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesproken
jijhad gesproken
hijhad gesproken
wijhadden gesproken
julliehadden gesproken
zijhadden gesproken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spreken
jijzult spreken
hijzal spreken
wijzullen spreken
julliezullen spreken
zijzullen spreken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesproken hebben
jijzult gesproken hebben
hijzal gesproken hebben
wijzullen gesproken hebben
julliezullen gesproken hebben
zijzullen gesproken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spreken
jijzou spreken
hijzou spreken
wijzouden spreken
julliezouden spreken
zijzouden spreken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesproken hebben
jijzou gesproken hebben
hijzou gesproken hebben
wijzouden gesproken hebben
julliezouden gesproken hebben
zijzouden gesproken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspreek

Translations

  • talk, to communicate by speech
  • speak, to communicate with one's voice using words
  • speak, to be able to communicate in a language
  • discourse, engage in discussion or conversation
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    pleiten
    verdedigen
    praten
    babbelen, kletsen, kouten, kwebbelen
    reppen
    aanroeren
    uiten
    opperen, slaken, uitdrukken, uitspreken, zeggen
    zeggen
    meedelen, opmerken, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen

    Antonyms

    praten
    zwijgen

    Sample Sentences

    • [...] inderdaad door de uitkomst volkomen bevestigd werd, schoon mijn vader dit zelf niet vermoeden kon, zag ik dat de tranen hem over het gelaat stroomden, vooral toen hij van mijn gesneuvelden broeder sprak; en toen hij van mijn berouw in later tijd gewaagde, en dat mij alsdan niemand zou te hulp komen, was hij zoo aangedaan, dat hij het gesprek afbrak, en mij verklaarde, dat zijn hart te vol was en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] van mijn berouw in later tijd gewaagde, en dat mij alsdan niemand zou te hulp komen, was hij zoo aangedaan, dat hij het gesprek afbrak, en mij verklaarde, dat zijn hart te vol was en hij niet meer spreken kon. (Robinson Crusoe)
    • Bij deze mededeeling werd mijne moeder zeer boos. Zij zeide mij, dat het niet baten zou mijn vader hierover te spreken, want dat deze te wel mijn waar belang kende, om zulke schadelijke ontwerpen te bevorderen; zij begreep niet hoe ik er nog aan durfde denken, na hetgeen mijn vader mij had voorgehouden, en na de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dadelijk naar mijn vaders huis gaan en nimmer weder een schip betreden zou, maar mij naar zijn raad gedragen en mij nimmer weder in zulk gevaar begeven. Thans zag ik duidelijk hoe waar mijn vader gesproken had over den middelstand, hoe gerust hij zijne dagen gesleten had, evenzeer behoed voor de stormen des oceaans, als voor de zorg en onrust van het land. Ik besloot dus, met een opregt berouw, als de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ? Voor geen duizend pond zou ik weder een voet met u op hetzelfde schip willen zetten ! " Deze uitbarsting was zekerlijk een gevolg van zijn geleden verlies, en meer dan hij zeggen mogt. Echter sprak hij vervolgens zeer bezadigd tot mij, en vermaande mij naar mijn vader terug te keeren en de Voorzienigheid niet te verzoeken, die zich zigtbaar tegen mijn voornemen verklaard had. " Wees verzekerd, [...] (Robinson Crusoe)
    • Eerst zocht ik een voorwendsel, om den Moor over te halen, dat hij wat eten aan boord bragt; ik zeide hem, dat het ons niet paste het eten van onzen meester aan te spreken. Dat is waar, zeide hij, en bragt een grooten zak roesk, of Moorsche beschuit, en drie groote kruiken met water in de boot. Ik wist waar mijn meesters likeurkist stond, die, naar het maaksel te [...] (Robinson Crusoe)
    • Echter hield ik het digt langs de kust, om tot hen te kunnen spreken, en zag, dat zij een groot eind weegs mede liepen. Zij waren zonder wapenen, behalve een man, die een langen dunnen stok in de hand had, welke Xury mij zeide, dat een werpspies was, en dat zij daar [...] (Robinson Crusoe)
    • Men vroeg mij in het Portugeesch, in het Spaansch en in het Fransch wie ik was; van al hetwelk ik niets verstond; maar eindelijk sprak een Schotsche zeeman, die aan boord was, mij aan, en ik antwoordde hem, zeggende, dat ik een Engelschman was, die de slavernij der Mooren van Salé ontvlugt was. Daarop verzocht men mij aan boord te [...] (Robinson Crusoe)
    • Aldus beschouwde ik mijn toestand met bittere spijt. Ik had niemand met wien ik omging, dan nu en dan met mijn buurman, waarvan ik gesproken heb; geen anderen, dan handenarbeid te verrigten, en ik leefde, gelijk ik dikwijls zeide, als iemand, die alleen op een woest eiland geworpen is. Maar o, hoe behoorden alle menschen te bedenken, [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik had reeds eenige maatregelen genomen om mij te vestigen, voor mijn goede vriend, de kapitein, die mij op zee opgenomen had, weder afzeilde, want hij had drie maanden in lading gelegen. Ik sprak hem over het geld, dat ik in Londen achtergelaten had, en hij gaf mij dezen welgezinden en opregten raad: " Senhor Inglese (want zoo noemde hij mij altijd ) als gij mij brieven en een volmagt geven [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch sprēken, from Old Dutch sprecan, from Proto-West Germanic *sprekan, from Proto-Germanic *sprekaną. See: Proto-Germanic '*sprekaną'.

    Verbs referencing "spreken"

    German, old spelling sprechen, Low Saxon spreken.

    Additional Information