bewaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bewaken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bewaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewakend
Past participle - Verleden deelwoord: bewaakt

Cognates

See the 4 cognates of bewaken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbewaak
jijbewaakt
hijbewaakt
wijbewaken
julliebewaken
zijbewaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bewaakt
jijhebt bewaakt
hijheeft bewaakt
wijhebben bewaakt
julliehebben bewaakt
zijhebben bewaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbewaakte
jijbewaakte
hijbewaakte
wijbewaakten
julliebewaakten
zijbewaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bewaakt
jijhad bewaakt
hijhad bewaakt
wijhadden bewaakt
julliehadden bewaakt
zijhadden bewaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bewaken
jijzult bewaken
hijzal bewaken
wijzullen bewaken
julliezullen bewaken
zijzullen bewaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bewaakt hebben
jijzult bewaakt hebben
hijzal bewaakt hebben
wijzullen bewaakt hebben
julliezullen bewaakt hebben
zijzullen bewaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bewaken
jijzou bewaken
hijzou bewaken
wijzouden bewaken
julliezouden bewaken
zijzouden bewaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bewaakt hebben
jijzou bewaakt hebben
hijzou bewaakt hebben
wijzouden bewaakt hebben
julliezouden bewaakt hebben
zijzouden bewaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbewaak

Translations

  • guard, to protect from some offence
  • ward, To keep in safety; to watch; to guard
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    begeleiden
    beschermen, beveiligen, escorteren
    beheersen
    controleren

    Sample Sentences

    Etymology

    From be- + waken.

    Verbs referencing "bewaken"

    English bewake.

    Additional Information