aankweken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aankweken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aankweken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aankwekend
Past participle - Verleden deelwoord: aangekweekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkweek aan
jijkweekt aan
hijkweekt aan
wijkweken aan
julliekweken aan
zijkweken aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangekweekt
jijhebt aangekweekt
hijheeft aangekweekt
wijhebben aangekweekt
julliehebben aangekweekt
zijhebben aangekweekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkweekte aan
jijkweekte aan
hijkweekte aan
wijkweekten aan
julliekweekten aan
zijkweekten aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangekweekt
jijhad aangekweekt
hijhad aangekweekt
wijhadden aangekweekt
julliehadden aangekweekt
zijhadden aangekweekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aankweken
jijzult aankweken
hijzal aankweken
wijzullen aankweken
julliezullen aankweken
zijzullen aankweken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangekweekt hebben
jijzult aangekweekt hebben
hijzal aangekweekt hebben
wijzullen aangekweekt hebben
julliezullen aangekweekt hebben
zijzullen aangekweekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aankweken
jijzou aankweken
hijzou aankweken
wijzouden aankweken
julliezouden aankweken
zijzouden aankweken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangekweekt hebben
jijzou aangekweekt hebben
hijzou aangekweekt hebben
wijzouden aangekweekt hebben
julliezouden aangekweekt hebben
zijzouden aangekweekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkweek aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

fokken
kweken, telen

Sample Sentences

Etymology

Additional Information